← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2012:BX0563

12/753 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 21 december 2011, 11/6170 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak 6 juli

  1. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. R.G. van den Heuvel, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juni
  2. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Voor het Uwv is verschenen mr. M.J.F. Bähr. OVERWEGINGEN 1.
  3. Bij besluit van 13 januari 2011 heeft het Uwv de uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, per 14 maart 2011 herzien en nader vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15-25%. 1.
  4. Bij besluit van 20 juni 2011 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 13 januari 2011 ongegrond verklaard.
  5. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft - kort samengevat - overwogen dat het medisch onderzoek naar de beperkingen van appellant op juiste en zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. De beperkingen van appellant zijn op juiste wijze weergegeven in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De aan de schatting ten grondslag gelegde functies zijn in medisch opzicht passend voor appellant.
  6. In hoger beroep heeft appellant zich onveranderd op het standpunt gesteld dat hij meer beperkingen heeft dan is aangenomen in de FML. Ter zitting van de Raad heeft appellant een brief van orthopedisch chirurg P.J.I.M. Poelmann van 1 juni 2012 overgelegd en een medische rapportage ziektewet van 29 november
  7. 4.
  8. De Raad overweegt als volgt. 4.
  9. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het onderzoek naar de beperkingen van appellant op juiste wijze heeft plaatsgevonden. Met de beperkingen is in voldoende mate rekening gehouden in de FML. De Raad volstaat met een verwijzing naar de overwegingen van de rechtbank in de aangevallen uitspraak hieromtrent. 4.
  10. De Raad voegt hier nog aan toe dat de brief van 1 juni 2012 van Poelmann geen ander licht op de zaak werpt. De gegevens die in die brief staan, waren bij het Uwv al bekend en zijn meegewogen in de medische beoordeling. 4.
  11. De medisch rapportage ziektewet van 29 november 2011 leidt evenmin tot een ander oordeel. Deze rapportage is opgesteld in verband met een uitkering ingevolge de Ziektewet en heeft een ander beoordelingskader dan van belang is voor een uitkering ingevolge de WAO. Bovendien ziet deze rapportage niet op de hier in geding zijnde datum en heeft het betrekking op andere klachten dan de onderhavige WAO-beoordeling. 4.
  12. Uit hetgeen is overwogen in 4.2 tot en met 4.4 volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
  13. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 juli
  14. (getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen (getekend) K.E. Haan KR

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.