11/1231 AW Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 30 december 2010, 10/1490 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.] (appellante) de Raad van Bestuur van het Universitair Medisch Centrum Rotterdam (raad van bestuur) Datum uitspraak: 12 juli 2012 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. R.C.M. Klatten hoger beroep ingesteld. De raad van bestuur heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met enige andere zaken van appellante, plaatsgehad op 31 mei
- Appellante is niet verschenen. De raad van bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.G.A.M. van Terwisga en M. Koster. Na de zitting is de behandeling van de zaken gesplitst. OVERWEGINGEN
- Voor een weergave van de hier van belang zijnde feiten en omstandigheden van algemene aard wordt verwezen naar de uitspraak van de Raad van heden, 11/1229 AW en 11/1230 AW, onder 1.1 tot 1.
- De Raad volstaat hier met het volgende. 1.
- Appellante had op 4 september 2009 volgens het rooster dienst tot 16.00 uur. Rond 15.00 uur was het werk voor haar gedaan. De dagoudste heeft geconstateerd dat appellante om 15.10 uur naar huis is gegaan. In haar urenregistratie heeft appellante niet 50 minuten als niet gewerkte tijd ingeboekt, maar 30 minuten. 1.
- Bij besluit van 23 september 2009 is de urenregistratie van 4 september 2009 van appellante met 20 minuten aan niet gewerkte tijd gecorrigeerd. Dit besluit is na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit van 15 maart
- De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
- De Raad komt tot de volgende beoordeling. 3.
- Voor appellante geldt dat zij aan de dagoudste toestemming moet vragen om vroeger dan het dienstrooster aangeeft, weg te gaan. Zoals blijkt uit de gedingstukken heeft appellante die toestemming niet gevraagd. De dagoudste heeft verklaard dat hij enkel heeft gezien dat appellante op 4 september 2009 om 15.10 uur weg ging. Ook aan anderen, zoals haar unithoofd, heeft zij geen toestemming gevraagd. Dit laatste had appellante, gezien het verbeterplan op dit punt, wel moeten doen. De stelling van appellante dat zij met haar vroegere vertrek op toelaatbare wijze van haar compensatie-uren gebruik heeft gemaakt, vindt in de gedingstukken geen steun. Dit betekent dat appellante haar urenregistratie voor 4 september 2009 op onjuiste wijze heeft ingevuld. De raad van bestuur had het recht deze registratie te corrigeren zoals hij heeft gedaan.
- Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter en J.G. Treffers en J.L.P.G. van Thiel als leden, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 juli
- (getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans (getekend) M.R. Schuurman HD