11/2045 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 februari 2011, 10/3164 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.] (Marokko) (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 20 juli 2012 PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juni
- Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Koning. OVERWEGINGEN
- Het Uwv heeft bij besluit op bezwaar van 18 juni 2010 (bestreden besluit) het verzoek van appellant van 24 december 2009 om toekenning van een WAO-uitkering aangemerkt als een herhaalde aanvraag als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat uit de door appellant toegezonden gegevens niet was gebleken van nieuwe aspecten, heeft het Uwv geweigerd terug te komen van zijn besluit van 5 december 2001 waarbij is geweigerd appellant per 13 september 2001 een WAO-uitkering toe te kennen.
- De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard omdat het Uwv terecht tot de opvatting is gekomen dat appellant aan zijn aanvraag geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden ten grondslag heeft gelegd.
- Appellant voert in hoger beroep aan dat hij ten onrechte niet medisch is onderzocht en dat zijn aanvraag niet serieus in behandeling is genomen. Hij wijst erop dat hij volledig arbeidsongeschikt is.
- De Raad komt tot de volgende beoordeling van de aangevallen uitspraak. 4.
- De rechtbank is met juistheid tot het oordeel gekomen als vermeld in
- De gronden van het hoger beroep die zijn vermeld in 3 treffen geen doel. Uit het onderzoek dat de bezwaarverzekeringsarts in juni 2010 heeft ingesteld en zijn daarover opgemaakte rapport van 16 juni 2010 volgt dat hij heeft bezien of de gegevens die appellant heeft toegestuurd nieuwe medische informatie bevatten met betrekking tot de datum 13 september
- De bezwaarverzekeringsarts heeft in zijn rapport uiteengezet dat appellant pas later meer klachten heeft gekregen. 4.
- Een medisch onderzoek van appellant door de bezwaarverzekeringsarts was niet nodig omdat zijn onderzoek terecht was gericht op de medische situatie van appellant in
- De stelling van appellant dat hij momenteel om medische redenen niet kan werken is bezien in dit licht niet relevant. 4.
- De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J. Brand in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 juli
- (getekend) J. Brand (getekend) Z. Karekezi IvR