← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2012:BX3144

11/4674 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 juli 2011, 11/425 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak 25 juli

  1. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. M.A. Misker hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingezonden. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en gereageerd op de nadere stukken van appellant. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juni
  2. Appellant en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.M.J. Evers. OVERWEGINGEN
  3. Bij besluit van 4 november 2011 heeft het Uwv appellant met ingang van 5 november 2010 recht op (verdere) uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) ontzegd. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dat besluit. Bij besluit van 21 december 2010 (bestreden besluit) is dat bezwaar ongegrond verklaard.
  4. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
  5. In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt gehandhaafd dat hij niet in staat is om (ten minste één van) de hem voorgehouden functies te vervullen die hem in het kader van de beoordeling van zijn aanspraak op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) per 28 mei 2010 waren voorgehouden. Appellant heeft aangevoerd dat het Uwv zijn medische situatie niet goed heeft ingeschat. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft appellant gewezen op de brief van de behandelend orthopedisch chirurg Kingma van 11 mei 2011, waaruit blijkt dat bij hem sprake is van een posttraumatische artrose van de rechterenkel en een brace wordt geadviseerd. Appellant heeft tevens gewezen op zijn re-integratiedossier, waaruit volgens hem naar voren komt dat hij moeilijk plaatsbaar is vanwege forse sociale en persoonlijke beperkingen.
  6. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  7. De Raad heeft heden uitspraak gedaan in het geding tussen partijen geregistreerd onder nummer 11/4673 WIA. Bij die uitspraak heeft de Raad geoordeeld dat appellant per 28 mei 2010 in staat moet worden geacht de functies te vervullen die hem in het kader van de beoordeling van zijn aanspraken op grond van de Wet WIA zijn voorgehouden. 4.
  8. Appellant heeft (ook) in hoger beroep geen medische gegevens overgelegd waaruit blijkt dat zijn medische toestand op 5 november 2010 was verslechterd ten opzichte van 28 mei
  9. 4.
  10. Het hoger beroep van appellant slaagt niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
  11. Voor een veroordeling van het Uwv tot schadevergoeding bestaat geen aanleiding. Het verzoek daartoe zal worden afgewezen.
  12. Er is evenmin aanleiding voor een proceskostenveroordeling. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - bevestigt de aangevallen uitspraak; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van D. Heeremans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juli
  13. (getekend) H.G. Rottier (getekend) D. Heeremans KR

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.