← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2012:BX4549

10/4750 WWB-R Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Gerectificeerde uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 16 juli 2010, 09/388 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) de Bestuurscommissie Sociale Dienst Drechtsteden (bestuurscommissie) Datum uitspraak 14 augustus

  1. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. S. Igdeli, advocaat, hoger beroep ingesteld. De bestuurscommissie heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juli
  2. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Igdeli. De bestuurscommissie heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen. OVERWEGINGEN
  3. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. 1.
  4. Appellant ontving tot 7 april 2008 bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB). 1.
  5. Op 25 juli 2008 heeft appellant een aanvraag ingediend om bijstand. Daarbij heeft hij verzocht om toekenning van bijstand met terugwerkende kracht vanaf 7 april
  6. 1.
  7. Bij besluit van 20 augustus 2008 heeft de bestuurscommissie aan appellant bijstand toegekend naar de norm voor een alleenstaande met ingang van 25 juli
  8. Het verzoek om toekenning van bijstand met terugwerkende kracht is daarbij afgewezen. 1.
  9. Bij besluit van 12 februari 2009 heeft de bestuurscommissie het bezwaar tegen het besluit van 20 augustus 2008 ongegrond verklaard.
  10. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 12 februari 2009 ongegrond verklaard.
  11. In hoger beroep heeft appellant zich gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
  12. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  13. Volgens vaste rechtspraak inzake toepassing van artikel 43 en 44 van de WWB (CRvB 21 maart 2006, LJN AV8690) wordt in beginsel geen bijstand verleend over een periode voorafgaand aan de datum waarop de betrokkene zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen of - in voorkomende gevallen - een aanvraag om bijstand heeft ingediend. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken indien bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. 4.
  14. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat zich zodanige omstandigheden voordoen. Noch de door appellant in geding gebrachte stukken van de Bouman Kliniek noch de verklaring van de behandelcoördinator van 27 april 2009 bevatten objectieve medische gegevens waaruit moet worden geconcludeerd dat appellant vanaf 7 april 2008 steeds wegens zijn - als ziekte aan te merken - alcoholverslaving buiten staat is geweest om tijdig een aanvraag in te dienen. De stelling van appellant dat hij in verband met zijn medische situatie niet bij machte was om zelf bijstand aan te vragen treft dus geen doel. Zo er al belemmeringen waren voor appellant om zich te melden om bijstand te vragen, zou hij bovendien een derde daarvoor hebben kunnen inschakelen. De enkele stelling dat hij er helemaal alleen voor stond, is daartoe onvoldoende. 4.
  15. Uit hetgeen onder 4.1 en 4.2 is overwogen vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
  16. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen als voorzitter en J.J.A. Kooijman en E.C.R. Schut als leden, in tegenwoordigheid van V.C. Hartkamp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 augustus
  17. (getekend) J.P.M. Zeijen (getekend) V.C. Hartkamp HD

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.