← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2012:BX6095

11/5374 ANW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 juli 2011, 11/1915 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank Datum uitspraak 28 augustus

  1. PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet van 2 december 2011 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van de Raad van 2 december 2011 heeft appellante verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 augustus 2012, waar partijen niet zijn verschenen. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 2 december 2011 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 7 september
  2. Het hogerberoepschrift is gedateerd 6 september 2011 en de enveloppe waarin het is verzonden, draagt het poststempel 7 september
  3. Het hogerberoepschrift is op 15 september 2011 bij de Raad ontvangen. Op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Awb is een per post verzonden (hoger)beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. In dit geval is het hogerberoepschrift op de laatste dag van de termijn ter post bezorgd en later dan een week na afloop van de termijn ontvangen. Het hogerberoepschrift is dus niet tijdig ingediend. In het verzetschrift heeft appellante aangevoerd dat zij in een afgelegen dorp woont. Vanwege de trage postbezorging in Marokko heeft zij de aangevallen uitspraak pas in de eerste week van september 2011 ontvangen. Daarna heeft zij direct hoger beroep ingesteld. De Raad stelt vast dat appellante in verzet geen bewijsstukken heeft overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat zij de aangevallen uitspraak heeft ontvangen op een tijdstip waarop niet meer tijdig hoger beroep kon worden ingesteld. Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat appellante niet in verzuim is geweest, moet het verzet ongegrond worden verklaard. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 augustus
  4. (getekend) T.G.M. Simons (getekend) D.W.M. Kaldenhoven GdJ DECISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale), statue: Déclare le recours non fondé. Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 28 Août 2012.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.