11/4678 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 juni 2011, 10/3027 (aangevallen uitspraak) Partijen: de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) [Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene) Datum uitspraak 7 september
- PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Namens betrokkene heeft mr. W.J.A. Vis een verweerschrift ingediend. Partijen hebben toestemming verleend voor afdoening van de zaak buiten zitting. OVERWEGINGEN 1.
- Bij besluit van 3 juni 2010 heeft het Uwv aan betrokkene met ingang van 14 april 2010 een WGA-uitkering toegekend. 1.
- Bij besluit van 19 oktober 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, zijn besluit van 3 juni 2010 gehandhaafd. 2.
- De rechtbank heeft het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het besluit van 3 juni 2010 herroepen. 2.
- De rechtbank heeft overwogen dat met het bestreden besluit de arbeidsongeschiktheidsklasse is gewijzigd van 35 tot 80% naar 80 tot 100%, zodat - in het geval betrokkene in aanmerking komt voor een loonaanvullingsuitkering - niet behoeft te worden voldaan aan de inkomenseis. Gelet hierop is het beoogde rechtsgevolg van het besluit van 3 juni 2010 gewijzigd. Appellant heeft dit besluit aldus ten onrechte niet herroepen. 2.
- Vervolgens heeft de rechtbank beoordeeld of aan de in artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) neergelegde voorwaarden voor toekenning van een kostenvergoeding is voldaan. De rechtbank heeft in dit verband overwogen dat de herroeping aan appellant te wijten is. Bijgevolg heeft de rechtbank appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene voor de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand zijn vastgesteld op € 874,-.
- In hoger beroep heeft appellant zich gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Daarbij is voorts verwezen naar de uitspraak van de Raad van 10 februari 2012, LJN BV
- De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
- Voor een oordeel over de aangevallen uitspraak ziet de Raad zich in het onderhavige geding - evenals de rechtbank - gesteld voor de vraag of appellant bij het bestreden besluit het besluit van 3 juni 2010 had moeten herroepen. Deze vraag dient ontkennend te worden beantwoord. 4.
- Uit vaste rechtspraak van de Raad volgt dat van herroepen in de zin van artikel 7:15 van de Awb slechts sprake is indien het primaire besluit wordt gewijzigd wat betreft het daarbij beoogde of geweigerde rechtsgevolg. 4.3.
- In zijn uitspraak van 10 februari 2012, LJN BV6637, heeft de Raad overwogen dat het bestreden besluit - ondanks een wijziging van de arbeidsongeschiktheidsklasse - nog steeds strekt tot toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering met ingang van dezelfde datum en met dezelfde hoogte en duur. 4.3.
- In die uitspraak heeft de Raad eveneens gemotiveerd waarom het gegeven dat voor het recht op een loonaanvullingsuitkering niet meer behoeft te worden voldaan aan de inkomenseis, geen beoogd rechtsgevolg is van een besluit als het bestreden besluit. 4.3.
- Van herroeping van het besluit van 3 juni 2010 is derhalve geen sprake. 4.
- Gelet op de overwegingen 4.1 tot en met 4.3.3 is de Raad van oordeel dat het hoger beroep van appellant doel treft. De aangevallen uitspraak dient mitsdien te worden vernietigd.
- Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep -vernietigt de aangevallen uitspraak - verklaart het beroep ongegrond Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 september
- (getekend) T. Hoogenboom (getekend) J.R. Baas TM