11/2404 WWB Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 maart 2011, 10/5712 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.] het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college) Datum uitspraak 16 oktober
- PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. D. van der Wal, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 september
- Appellante is, met bericht, niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. J.M. Boegborn. OVERWEGINGEN
- De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. 1.
- Appellante ontvangt bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB). 1.
- Bij besluit van 10 september 2010 heeft het college appellante vanwege gezondheidsklachten tot 12 januari 2011 ontheffing verleend van de in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB genoemde verplichtingen. Tevens heeft het college bepaald dat appellante moet meewerken aan een sociaal activeringstraject. 1.
- Bij besluit van 2 november 2010 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 10 september 2010 ongegrond verklaard. In dat besluit is na overleg met appellante opgenomen dat appellante voor 10 uur per week inzetbaar is voor sociale activering.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.
- In hoger beroep heeft appellante zich tegen de uitspraak van de rechtbank gekeerd. Daartoe heeft appellante aangevoerd dat haar, gelet op haar lichamelijke beperkingen, in redelijkheid geen verplichting kan worden opgelegd om mee te werken aan voorzieningen gericht op sociale activering en dat zij voor de maximale ontheffing van de sollicitatieplicht van 36 maanden in aanmerking komt.
- De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
- Voor een overzicht van het voor dit geding van belang zijnde wettelijke kader en een weergave van het door het college binnen dit kader gevoerde beleid wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. 4.
- Het college heeft zijn besluit om de ontheffing van de arbeidsverplichting als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de WWB gebaseerd op de rapportage Belastbaarheidsonderzoek van bedrijfsarts Van Gool van 2 november 2009 en het aanvullend Arbeidskundig advies van arbeidskundige Rodriguez Lopez van 6 november
- Op basis van beide onderzoeken, bezien in onderlinge samenhang, is geconcludeerd dat appellante geschikt wordt geacht voor plaatsing in een traject naar reguliere arbeid voor 20 uur per week dan wel in staat is om deel te nemen aan een sociaal activeringstraject voor eenzelfde aantal uren per week. 4.
- De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de rapportages zorgvuldig tot stand zijn gekomen en deugdelijk zijn gemotiveerd alsmede dat die rapportages voldoende grondslag bieden voor de weigering van het college om appellante voor de maximale termijn te ontheffen van de sollicitatieplicht dan wel volledig te ontheffen van de sociale activeringsplicht. Appellante heeft geen medische of andere gegevens overgelegd op grond waarvan zij voor een langere periode van de actieve sollicitatieplicht had moeten worden ontheven. Hetzelfde geldt met betrekking tot haar stelling dat zij in het geheel niet zou kunnen deelnemen aan een sociaal activeringstraject. 4.
- Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
- Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs, in tegenwoordigheid van M. Sahin als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 oktober
- (getekend) R.H.M. Roelofs (getekend) M. Sahin HD