← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2012:BY1273

11/5217 AW-T Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Tussenuitspraak op het beroep tegen het besluit van 16 juni 2011 ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 16 maart 2011, 10/8389 Partijen: [A. te B.] (betrokkene) de Minister van Defensie (minister) Datum uitspraak: 25 oktober 2012 PROCESVERLOOP De minister heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 16 maart

  1. Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend. Ter uitvoering van de uitspraak van 16 maart 2011 heeft de minister op 16 juni 2011 een nieuw besluit op bezwaar genomen. Op 11 september 2012 heeft de minister het door hem ingestelde hoger beroep ingetrokken. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 september
  2. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. drs. M.H. Welter. De minister is - met voorafgaand bericht - niet verschenen. OVERWEGINGEN 1.
  3. Betrokkene was sinds 1 augustus 2008 werkzaam in de functie van Hoofd Bureau Materieellogistiek (HBM) in district West van de Koninklijke Marechaussee (KM). Aan deze functie is de rang van adjudant onderofficier verbonden. 1.
  4. Bij rekest van 22 februari 2010 heeft betrokkene verzocht aan zijn functie de rang van eerste luitenant te verbinden, omdat zijn functie volgens hem identiek is aan de functie van HBM in het district Schiphol, aan welke functie de rang van eerste luitenant is verbonden. 1.
  5. Bij besluit van 4 mei 2010 is het verzoek van betrokkene afgewezen. 1.
  6. Bij besluit van 18 oktober 2010 is het bezwaar tegen het besluit van 4 mei 2010 ongegrond verklaard.
  7. Bij uitspraak van 16 maart 2011 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 18 oktober 2010 vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en bepaald dat de minister met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit op bezwaar neemt. Daartoe is vastgesteld dat niet is ontkend dat voor de functie van HBM in het district Schiphol en de functie van betrokkene dezelfde functiebeschrijving wordt gehanteerd en de minister de door hem aangegeven accentverschillen tussen beide functies niet met stukken heeft onderbouwd. Daarnaast ontbreekt ieder inzicht in de scores die bij de functiewaardering aan de functie in het district Schiphol en aan de functie van betrokkene zijn toegekend en die een verklaring zouden kunnen vormen voor het rangverschil.
  8. De minister heeft bij besluit van 16 juni 2011 het bezwaar tegen het besluit van 4 mei 2010 ongegrond verklaard. 3.
  9. De Raad overweegt dat ingevolge de artikelen 6:18, 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Awb een bij de rechtbank tegen een besluit ingesteld beroep geacht wordt mede te zijn gericht tegen een daarna genomen nieuw besluit op bezwaar. Nu ten tijde van het nemen van het besluit van 16 juni 2011 het hoger beroep van de minister tegen de uitspraak van de rechtbank van 16 maart 2011 aanhangig was, wordt het beroep van betrokkene tegen het besluit van 16 juni 2011 geacht mede voorwerp te zijn geworden van het geding in hoger beroep. Door de intrekking van het hoger beroep kan niet worden bewerkstelligd dat een aldus ontstaan beroep van betrokkene tegen een nieuw besluit teniet wordt gedaan. Als gevolg van de intrekking door de minister van het door hem ingestelde hoger beroep is het geding thans beperkt tot het beroep van betrokkene tegen het besluit van 16 juni
  10. Betrokkene heeft tegen dat besluit aangevoerd dat de minister geen uitleg heeft gegeven over accentverschillen en scores van functiewaardering die het rangverschil tussen de functie van HBM in het district Schiphol en de functie van betrokkene rechtvaardigen. 4.
  11. De minister heeft geen verweerschrift ingediend.
  12. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 5.
  13. In het besluit van 16 juni 2011 heeft de minister het rangverschil tussen beide functies gemotiveerd door aan te geven dat de accentverschillen zitten in de hoofdtaken bij het coördinerend aspect met betrekking tot de diverse krijgsmachtdelen en het optreden als intermediair hierin. Daarnaast heeft de functie bij het district Schiphol - het grootste district van de KM - in tegenstelling tot de functie van betrokkene, een internationaal karakter. Door de minister is echter niet ontkend dat voor de functie van HBM in het district Schiphol en de functie van betrokkene dezelfde functiebeschrijving wordt gehanteerd. Op grond van deze (enkele) functiebeschrijving is het verschil in rang tussen beide functies niet te verklaren. Dat de minister zich op het standpunt stelt dat de beschrijving van de functie van betrokkene na de reorganisatie in 2005 abusievelijk (ook) wordt gehanteerd voor de functie van HBM in het district Schiphol, doet daaraan niet af. De door de minister aangeduide accentverschillen tussen beide functies zijn (nog steeds) niet met stukken onderbouwd en ook ontbreekt ieder inzicht in de scores die bij de functiewaardering aan de functie in het district Schiphol en aan de functie van betrokkene zijn toegekend. De minister heeft dan ook niet op juiste wijze uitvoering gegeven aan de uitspraak van de rechtbank van 16 maart
  14. 5.
  15. Uit het voorgaande vloeit voort dat het besluit op bezwaar van 16 juni 2011, wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, niet in stand kan blijven. 5.
  16. De Raad ziet aanleiding om met toepassing van artikel 21, zesde lid, van de Beroepswet de minister op te dragen het gebrek in het besluit van 16 juni 2011 te herstellen. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep draagt de minister op om binnen 6 weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek in het besluit van 16 juni 2011 te herstellen met inachtneming van hetgeen de Raad heeft overwogen. Deze uitspraak is gedaan door K.J. Kraan als voorzitter en B.J. van de Griend en A.A.M. Mollee als leden, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 oktober
  17. (getekend) K.J. Kraan (getekend) M.R. Schuurman

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.