11/3957 AW Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 25 mei 2011, 10/1149 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden (college) Datum uitspraak: 25 oktober 2012 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. W. Sleijfer, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 september
- Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. W. Sleijfer. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.G. Zittema en drs. ing. A.J.G. Karelse. OVERWEGINGEN 1.
- Appellant was werkzaam als financieel beleidsmedewerker bij de brandweer van de gemeente Leeuwarden. In 2008 is gestart met wijziging van de organisatiestructuur van de brandweer. In dat kader zijn functies dienstbreed opnieuw beschreven en gewaardeerd, waarbij aangesloten is bij het organieke functiehuis van de gemeente Leeuwarden. De nieuwe organisatiestructuur is op 1 januari 2010 ingevoerd. 1.
- Bij besluit van 16 december 2009 heeft het college appellant met ingang van 1 januari 2010 ingepast in de functie financieel beheersmedewerker bij het bedrijfsbureau, met bijbehorende salarisschaal
- Het college heeft het bezwaar hiertegen bij besluit van 3 mei 2010 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
- De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
- In hoger beroep heeft appellant zich - kort samengevat - op het standpunt gesteld dat de inpassing geen recht doet aan de feitelijke situatie, in het bijzonder wat betreft zijn werkzaamheden en verantwoordelijkheden als P&C-adviseur. Daarom is appellant van mening dat inpassing in de functie senior financieel administratief medewerker, met bijbehorende salarisschaal 8, passend is.
- De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
- Niet in geschil is dat appellant bij de brandweer werkzaamheden als P&C-adviseur verricht en dat deze werkzaamheden niet als zodanig in de functiebeschrijving van financieel beheersmedewerker zijn opgenomen. Gebleken is dat deze taak bij verschillende onderdelen van de gemeente verschillende werkzaamheden inhoudt, zodat aannemelijk is dat het P&C-adviseurschap om die reden bewust in geen van de bij de gemeente gehanteerde functiebeschrijvingen is opgenomen. 4.
- Appellant heeft onder meer gewezen op de in de Richtlijnen voor het budgethouderschap (richtlijnen) omschreven taken en verantwoordelijkheden van een P&C-adviseur. In artikel 4, eerste lid, laatste volzin, van de richtlijnen is bepaald dat de P&C-adviseur verantwoordelijk is voor de juiste toepassing van de richtlijnen voor verplichtingen. In artikel 5, derde lid, laatste volzin, van de richtlijnen is bepaald dat de P&C-adviseur in het bijzonder zorg draagt voor een adequate informatievoorziening van de budgethouder. In artikel 5, vierde lid, van de richtlijnen is bepaald dat de P&C-adviseur verantwoordelijk is voor de juiste, tijdige, volledige en rechtmatige verwerking van de financiële beheershandelingen in de administratie. 4.
- Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het college voldoende heeft toegelicht dat de werkzaamheden en verantwoordelijkheden van appellant als P&C-adviseur tot uitdrukking zijn gebracht in de (uitwerking van de) eerste hoofdtaak van de functiebeschrijving, te weten het “Uitvoeren van financiële werkzaamheden bij de Dienst Brandweer, waaronder het zorg dragen voor een juiste, tijdige en volledige boeking van de inkomsten en uitgaven van de dienst”. Hetgeen appellant over zijn werkzaamheden en verantwoordelijkheden behorend bij het P&C-adviseurschap naar voren heeft gebracht, geeft geen aanleiding voor de conclusie dat de voor zijn functie gehanteerde functiebeschrijving onhoudbaar is te achten. 4.
- Tussen partijen is verder niet in geschil dat de functie financieel beheersmedewerker en senior financieel administratief medewerker, gelet op de functiebeschrijvingen, op essentiële punten verschillen. Deze verschillen betreffen niet slechts de werkzaamheden en verantwoordelijkheden behorend bij het P&C-adviseurschap. De inpassing van appellant in de functie financieel beheersmedewerker is daarom evenmin als onhoudbaar aan te merken. 4.
- Het college heeft de functie gewaardeerd volgens de in 1994 door het college vastgestelde Procedureregeling functiewaardering 1994, waarbij als uitgangspunt is genomen de methode van beredeneerd vergelijken aan de hand van een bundel ijkfuncties. 4.
- Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kan appellant niet worden gevolgd in zijn standpunt dat, in verband met zijn werkzaamheden als P&C-adviseur, voor de waardering van zijn functie als financieel beheersmedewerker aansluiting dient te worden gezocht bij de waardering van de functie senior financieel administratief medewerker. Het feit dat andere P&C-adviseurs bij de gemeente Leeuwarden allen hoger zijn ingeschaald, maakt niet dat de waardering van de functie van appellant op het niveau van schaal 6 onhoudbaar is. 4.
- Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter en J.G. Treffers en G.F. Walgemoed als leden, in tegenwoordigheid van S.K. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 oktober
- (getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans (getekend) S.K. Dekker