11/2667 Wajong Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 7 april 2011, 10/857 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 26 oktober 2012 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. S.T. Dieters, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2012, waar namens appellant is verschenen mr. Dieters. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. de Jong. OVERWEGINGEN
- Met een op 5 februari 2010 bij het Uwv binnengekomen aanvraag heeft appellant, geboren op [geboortedatum], verzocht in aanmerking te komen voor een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Deze aanvraag is, in overeenstemming met een rapport van 23 maart 2010 van de arbeidsdeskundige G.M. Lohmann, bij besluit van 24 maart 2010 afgewezen.
- Tegen dat besluit heeft appellant bezwaar gemaakt. Naar aanleiding van dit bezwaar heeft de bezwaarverzekeringsarts N. Visser op 30 juni 2010 rapport uitgebracht. Daarbij heeft hij de beschikking gehad over medische informatie uit de behandelende sector, waaronder een verklaring van 30 oktober 1981 van de neuroloog C.L. Franke en een verklaring van 8 januari 1982 van de orthopedisch chirurg A.A.J.S. Mey. In dit rapport is hij tot de conclusie gekomen dat er geen dan wel onvoldoende argumenten zijn om per 21 september 1981 en/of 21 september 1982 voor appellant beperkingen voor arbeid vast te stellen als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken. In overeenstemming met dit rapport heeft het Uwv bij besluit van 6 juli 2010 het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.
- De rechtbank heeft zich kunnen verenigen met het door het Uwv in het bestreden besluit ingenomen standpunt dat er bij appellant per 21 september 1981 en/of per 21 september 1982 geen beperkingen voor arbeid waren en heeft het door appellant dit besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.
- Onder overlegging van een rapport van 7 maart 2011 van de medisch adviseur D.J. Schakel heeft appellant in hoger beroep gesteld dat het Uwv in het bestreden besluit ten onrechte heeft vastgesteld dat appellant geen beperkingen voor arbeid heeft. 5.
- De Raad staat voor beantwoording van de vraag, mede gelet op de gedingstukken en het verhandelde ter zitting, of de rechtbank kan worden gevolgd in haar oordeel dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat er bij appellant ten tijde hier in geding van belang geen sprake was van beperkingen voor arbeid. 5.
- Deze vraag wordt bevestigend beantwoord. De rechtbank heeft zich terecht kunnen verenigen met het door de bezwaarverzekeringsarts ingenomen standpunt dat de voormelde verklaringen van de neuroloog Franke en de orthopedisch chirurg Mey uit respectievelijk 1981 en 1982 onvoldoende aanknopingspunten bieden voor het aannemen van beperkingen ten tijde hier in geding. De in hoger beroep overgelegde verklaring van Schakel leidt niet tot een andere conclusie. De door de gemachtigde van het Uwv op grond van deze verklaringen getrokken conclusie dat appellant hooguit een beperking heeft voor het maken van schroefbewegingen met hand en arm, hetgeen niet kan leiden tot relevante arbeidsongeschiktheid, is door appellant niet betreden. Ook de overige beschikbare medische informatie kan niet leiden tot de conclusie dat het Uwv ten onrechte geen beperkingen voor het verrichten van arbeid voor appellant heeft aangenomen. 5.
- Overigens wordt nog opgemerkt dat appellant met ingang van 1 december 2012 in aanmerking is gebracht voor een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, waaruit kan worden afgeleid dat appellant heeft aangetoond de beschikking te hebben gehad over verdiencapaciteit. 5.
- Gelet op de overwegingen 5.1 tot en met 5.3 moet de aangevallen uitspraak worden bevestigd.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 oktober
- (getekend) J.W. Schuttel (getekend) J.R. Baas