← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2012:BY2258

12/1738 WUBO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak in het geding tussen Partijen: [A. te B.] (appellant) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder) Datum uitspraak: 1 november 2012 PROCESVERLOOP Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 5 december 2011, kenmerk BZ01397471 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 september 2012, waar appellant niet is verschenen, zoals tevoren was gemeld. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel. OVERWEGINGEN 1.

  1. Appellant is geboren in [geboortejaar] in het voormalige Nederlands-Indië. In mei 1991 heeft hij een aanvraag ingediend om te worden erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo. Bij besluit van 21 juli 1992 is hierop afwijzend beslist. Bij besluit van 24 februari 1995 heeft verweerders rechtsvoorganger aanvaard dat appellant is getroffen door ongeregeldheden als bedoeld in de Wubo (verblijf in een kamp in Malang van september 1945 tot in de loop van 1946), maar hierbij is geconcludeerd dat er geen sprake was van tot blijvende invaliditeit leidend oorlogsletsel. Op die grond is appellant niet erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo. In dit verband is aandacht besteed aan de door appellant bij zijn aanvraag vermelde oogklachten (recidiverende pterygiae beiderzijds) en zijn psychische klachten. Het door appellant tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 21 december 1995 ongegrond verklaard. 1.
  2. Bij uitspraak van 9 april 1998 heeft de Raad het door appellant tegen het besluit van 21 december 1995 ingestelde beroep ongegrond verklaard. 1.
  3. Op een verzoek om herziening van het besluit van 24 februari 1995 van appellant is bij besluit van 3 december 1998 afwijzend beslist. Bij besluit op bezwaar van 31 december 1999 is alsnog aangenomen dat sprake is van psychisch letsel als gevolg van de oorlogservaringen van appellant, dat heeft geleid tot blijvende invaliditeit in de zin van de Wubo. Aan appellant is met ingang van 1 juli 1998 de toeslag als bedoeld in artikel 19 van de Wubo toegekend. In dit besluit is het standpunt ingenomen dat de oogaandoening van appellant geen gevolg is van zijn oorlogservaringen, waarbij is overwogen dat appellant na zijn internering nog geruime tijd aan ultraviolette straling is blootgesteld, nu hij tot 1962 in de tropen heeft verbleven. 1.
  4. Bij besluit van 13 september 2011 is aan appellant, overeenkomstig zijn in februari 2011 door verweerder ontvangen verzoek, met ingang van 1 februari 2011 een vergoeding toegekend voor uitbreiding van de al eerder verleende vergoeding van huishoudelijke hulp van vier naar acht uur per week. Hierbij is onder meer overwogen dat de oogklachten van appellant niet in verband staan met het door hem meegemaakte oorlogsgeweld. In bezwaar heeft appellant aangevoerd dat zijn oogklachten wel in verband staan met de internering. Dit bezwaar is bij het in dit geding bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard.
  5. In beroep heeft appellant zijn in bezwaar naar voren gebrachte standpunt herhaald.
  6. De Raad kan verweerder volgen in het standpunt dat bij het besluit van 13 september 2011 geen nader besluit is genomen met betrekking tot het causaal verband tussen de oorlogsomstandigheden en de oogklachten van appellant. In dit besluit is hierover slechts aangesloten bij de onder 1.1 tot en met 1.
  7. beschreven besluiten. De aanvraag voor uitbreiding van huishoudelijke hulp is volledig gehonoreerd. Verweerder heeft het bezwaar van appellant dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.
  8. Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.
  9. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in tegenwoordigheid van J.T.P. Pot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 november
  10. (getekend) A. Beuker-Tilstra (getekend) J.T.P. Pot

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.