← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2012:BY2417

10/2879 WAJONG Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 9 april 2010, 09/1084 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 7 november 2012 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. M.F.J. Witlox, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni

  1. Appellant en gemachtigde zijn ter zitting verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G. Vermeijden. De Raad heeft het onderzoek heropend. Vervolgens heeft de Raad psychiater dr. A.J.W.M. Trompenaars als deskundige benoemd voor het instellen van een onderzoek. Op 16 april 2012 heeft deze psychiater rapport uitgebracht. Het Uwv heeft op 11 juli 2012 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Bij brief van 16 juli 2012 heeft mr. Witlox namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft bericht zich te refereren aan het oordeel van de Raad. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. Gelet hierop bestaat aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant. Aangezien het Uwv reeds heeft besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten in de bezwaarfase moet de Raad nog beslissen over de in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,-- in beroep (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting), € 874,-- in hoger beroep (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 32,40 aan reiskosten, in totaal € 1.550,
  2. Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.550,40, te betalen aan de griffier van de Raad. Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 november
  3. (getekend) C.P.J. Goorden (getekend) T. Hemelrijk-van den Oudenalder

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.