11/1290 WWB Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 12 januari 2011, 09/1097 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.] het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal (college) Datum uitspraak 13 november
- PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Appellant heeft nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober
- Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door R.W. de Groot. OVERWEGINGEN
- De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. 1.
- Appellant ontving sinds 13 maart 2006 bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB). 1.
- Bij uitspraak van 22 april 2009, voor zover van belang, heeft de rechtbank Almelo het college veroordeeld in de door appellant gemaakte proceskosten, die zijn bepaald op € 8,40 wegens gemaakte reiskosten. 1.
- Bij besluit van 20 mei 2009 heeft het college met toepassing van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder f, ten eerste, van de WWB de kosten van bijstand over de periode van 13 maart 2006 tot en met 30 juni 2008 tot een bedrag van € 29.100,43 bruto van appellant teruggevorderd. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat een door appellant ontvangen schadevergoeding definitief is vastgesteld en dat de daarin begrepen vergoeding voor verlies aan verdienvermogen invloed heeft op het recht op bijstand. 1.
- Bij besluit van 31 augustus 2009 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
- Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat ondanks herhaalde verzoeken, de rechtbank geen uitspraak heeft gedaan over de terugbetaling van de juridische kosten die zijn gemaakt.
- De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
- De Raad gaat ervan uit dat het appellant uitsluitend nog te doen is om de vergoeding van de kosten in de eerdere procedure tussen appellant en het college, genoemd onder 1.
- Dit punt valt echter buiten de omvang van dit geding, omdat het geen onderdeel uitmaakt van de in 1.3 en 1.4 vermelde besluitvorming, en behoeft dus geen bespreking. 4.
- Gelet op het voorgaande komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.
- Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens als voorzitter en E.J. Govaers en Y.J. Klik als leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november
- (getekend) W.F. Claessens (getekend) J.M. Tason Avila HD