11/4013 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 31 mei 2011, 10/2027 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 9 november 2012 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. A.R. Jaarsma, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 september
- Appellant is verschenen met bijstand van mr. E.J. Bakker. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J. van Steenwijk. OVERWEGINGEN
- Bij besluit van 17 november 2009 heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) per 17 januari 2010 ingetrokken. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 18 mei 2010 ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft appellant beroep ingesteld. Op 25 oktober 2010 heeft het Uwv een nieuw besluit genomen. Daarin wordt appellant met ingang van 17 januari 2010 arbeidsongeschikt beschouwd naar een mate van 25 tot 35%.
- De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 18 mei 2010 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 25 oktober 2010 ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank - voor zover in hoger beroep nog van belang - overwogen in de beschikbare medische gegevens, waaronder voornoemde rapporten van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts, geen aanknopingspunten aangetroffen om te concluderen dat de bezwaarverzekeringsarts de arbeidsbeperkingen van appellant anders had moeten vaststellen dan in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 13 april 2010 is gedaan. Het onderzoek naar de medische beperkingen van appellant acht de rechtbank voldoende inzichtelijk en toereikend. Uitgaande van de juistheid van de aangenomen beperkingen bij appellant ten aanzien van het verrichten van arbeid en gelet op de motivering van de bezwaararbeidsdeskundige, is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat appellant de hem voorgehouden werkzaamheden in deze functies niet zou kunnen verrichten.
- Appellant heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat zijn beperkingen zijn onderschat.
- Het oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak. 4.
- Het oordeel van de rechtbank over de medische grondslag van het besluit van 25 oktober 2010 is juist. Appellant heeft ook in hoger beroep niet aannemelijk gemaakt dat er reden is voor twijfel met betrekking tot de bij hem door het Uwv vastgestelde belastbaarheid als is neergelegd in de FML. 4.
- Er is evenmin grond voor twijfel aan de medische geschiktheid van de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde functies. Ook ten aanzien daarvan dient het oordeel van de rechtbank te worden onderschreven. 4.
- De overwegingen 4.1 en 4.2 leiden de Raad tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd voor zover aangevochten.
- Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten. Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 november
- (getekend) T. Hoogenboom (getekend) J.R. Baas