12/5372 AWBZ Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 9 augustus 2012, 11/2479 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.] (appellante) Zorgkantoor Friesland Datum uitspraak: 21 november 2012 PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is op 9 augustus 2012 in afschrift aan partijen toegezonden. Het beroepschrift is op 2 oktober 2012 ter griffie ontvangen. Het is blijkens de poststempel op de enveloppe op 1 oktober 2012 ter post bezorgd. OVERWEGINGEN Volgens artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Op grond van de bovenvermelde gegevens moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Appellante heeft in haar beroepschrift aangegeven dat zij net na de ontvangst van de uitspraak op vakantie is gegaan. In haar vakantie is haar grootvader ernstig ziek geworden en heeft zij haar vakantie afgebroken. Na de begrafenis van haar grootvader heeft zij haar post doorgenomen. Daar zat een factuur bij van het zorgkantoor met de mededeling dat zij een bedrag moest terugbetalen. Aangezien zij het hier niet mee eens is heeft zij hoger beroep aangetekend. Hetgeen appellante ter zake heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. De Raad overweegt daartoe dat in situaties als de onderhavige het uitgangspunt geldt dat het risico dat het hoger beroep niet tijdig is ingediend, volledig voor rekening komt van de partij die het hoger beroep instelt. Het hoger beroep is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna is aangegeven. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van E.R. Flore als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 november 2012. (getekend) G.M.T. Berkel-Kikkert (getekend) E.R. Flore Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.