12/346 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 december 2011, 11/2691 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.], Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 21 november 2012 PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 oktober
- Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans. OVERWEGINGEN
- Appellante heeft een aanvraag om een uitkering in het kader van de Algemene nabestaandenwet (ANW) ingediend naar aanleiding van het overlijden van haar echtgenoot, [naam echtgenoot appellante], op 18 november
- Met een besluit van 22 maart 2011, gehandhaafd bij beslissing van 3 mei 2011 (bestreden besluit), heeft de Svb geweigerd appellante een ANW-uitkering toe te kennen, omdat [de echtgenoot] op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW.
- De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
- In hoger beroep heeft appellante herhaald dat zij is geboren voor 1950, dat zij tijdens het huwelijk volledig ten laste kwam van haar echtgenoot en dat wijlen haar echtgenoot niet was ingelicht over het feit dat de nabestaandenuitkering alleen aan vrouwen wordt toegekend van wie de echtgenoten verzekerd zijn in het kader van de nabestaandenverzekering. 4.
- De Raad ziet geen reden tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank. Uit artikel 13 van de ANW volgt dat is verzekerd krachtens die wet degene die ingezetene is of die geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen. Nu [de echtgenoot] ten tijde van zijn overlijden in Marokko woonde en niet meer werkzaam was in Nederland, was hij toen op grond van deze bepaling niet verzekerd ingevolge de ANW. Evenmin is gebleken dat [de echtgenoot] zich vrijwillig had verzekerd voor de ANW. 4.
- Tot slot stelt de Raad vast dat [de echtgenoot] ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was krachtens de Marokkaanse wetgeving, zodat ook op grond van artikel 22 van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko geen aanspraak op een Nederlandse nabestaandenuitkering kan bestaan.
- Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak bevestigd zal worden.
- Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 november
- (getekend) E.E.V. Lenos (getekend) Z. Karekezi.