← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2012:BY4502

12/5209 AW-VV Centrale Raad van Beroep Voorzieningenrechter Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening Partijen: [A. te B.] het bestuur van de rechtbank Leeuwarden (bestuur) Datum uitspraak 21 november

  1. PROCESVERLOOP Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het bestuur van 31 juli
  2. Verzoekster heeft tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan. Het bestuur heeft een schriftelijke reactie ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 november
  3. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door mr. A.J.D. Bekius, advocaat. Het bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.C.C. Balke, advocaat, mr. J.S. van der Kolk, mr. I.M. Dölle en mr. T.G. Lautenbach. OVERWEGINGEN 1.
  4. Verzoekster is per 1 juni 2011 voor een tijdvak dat eindigt op 1 september 2012 benoemd tot als gerechtsauditeur bij de rechtbank Leeuwarden. Tevens is zij met ingang van 1 juni 2011 benoemd tot rechter-plaatsvervanger, met als doel opgeleid te worden tot rechter. Na het met goed gevolg afronden van het eerste deel van de opleiding bij de sector bestuursrecht, is verzoekster per 1 december 2011 geplaatst bij de sector civielrecht. Mr. I.M. Dölle is aangewezen als opleider van verzoekster bij de sector civielrecht. In het eerste voortgangsgesprek op 3 februari 3012 zijn een aantal aandachtspunten met verzoekster besproken. Daarna is besloten om een tweede opleider bij de opleiding van verzoekster te betrekken in de persoon van mr. T.G. Lautenbach. Tijdens daaropvolgende voortgangsgesprekken op 9 maart 2012 en 26 april 2012 is met verzoekster besproken dat er tekortkomingen zijn in het schrijven van vonnissen en het optreden ter zitting. Van die gesprekken zijn schriftelijke verslagen gemaakt. Gedurende de opleiding bij de sector civielrecht is tussentijds aan verzoekster mondelinge en schriftelijke terugkoppeling gegeven op deze aspecten. Appellante heeft schriftelijk gereageerd op de verslagen en de terugkoppeling. 1.
  5. Op 30 mei 2012 heeft een beoordelingsgesprek plaatsgevonden. De conclusie van de opleiders is dat zij adviseren om de opleiding per 1 juni 2012 te beëindigen en verzoekster niet voor te dragen in de vaste functie van rechter. 1.
  6. Conform het bepaalde in artikel 26 van het Opleidingsstatuut van de rechtbank Leeuwarden heeft de president van de rechtbank mr. J.S. van der Kolk op 19 juli 2012 een gesprek met verzoekster gevoerd, waarbij tevens aanwezig waren beide opleiders, K. van der Meer, personeelsadviseur, en mr. A.J.D. Bekius. 1.
  7. Bij besluit van 31 juli 2012 is de beoordeling vastgesteld en is aan verzoekster meegedeeld dat het bestuur van de rechtbank haar niet zal voordragen voor een benoeming tot rechter en dat de tijdelijke aanstelling als gerechtsauditeur met ingang van 1 september 2012 van rechtswege zal eindigen.
  8. De voorzieningenrechter komt tot de volgende beoordeling. 2.
  9. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 17 van de Beroepswet kan, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 2.
  10. Verzoekster heeft ter onderbouwing van het spoedeisend belang gesteld dat zij vanaf 3 september 2012 tot 1 oktober 2012 een uitkering op grond van de Werkloosheidswet heeft ontvangen en dat zij sinds 1 oktober 2012 werkzaam is als advocaat en een inkomensachteruitgang heeft van ruim € 1.400,- per maand. In januari 2013 zal verzoekster beginnen met de beroepsopleiding advocatuur en haar werkgever zal de kosten van die opleiding alleen dragen als zeker is dat verzoekster de opleiding ook gaat volgen. Voorts stelt verzoekster belang te hebben bij de voortgang en continuïteit van haar opleiding tot rechter. 2.
  11. Verzoekster heeft geen gegevens verstrekt waaruit kan worden afgeleid dat haar financiële situatie als gevolg van de achteruitgang van haar inkomen thans nijpend is. De voorzieningenrechter is dan ook niet tot de overtuiging geraakt dat verzoekster op dit moment in een financiële noodsituatie verkeert die aanleiding geeft een voorziening te treffen. De omstandigheid dat verzoekster in januari 2013 zal aanvangen met de beroepsopleiding advocatuur en het daarmee samenhangende kostenaspect voor haar werkgever brengen niet mee dat er thans onverwijlde spoed is om een voorziening te treffen. Bedacht dient te worden dat rond die tijd ook het besluit op bezwaar wordt verwacht en dat een voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen definitief uitsluitsel geeft over de beoordeling en de van rechtswege geëindigde aanstelling, zodat met de gevraagde voorlopige voorziening geen zekerheid kan worden bereikt over de vraag of verzoekster in januari 2013 de beroepsopleiding advocatuur gaat volgen. 2.
  12. Evenmin is sprake van een spoedeisend belang met het oog op de voortgang en de continuïteit van de opleiding tot rechter. Een dergelijk belang zou aanwezig zijn indien bijvoorbeeld opgebouwde kennis en vaardigheden verloren zouden gaan door een onderbreking van de opleiding of als die opleiding na een besluit op bezwaar niet meer zou kunnen worden hervat en afgerond. Daarvan is in het geval van verzoekster geen sprake. De opleiding van verzoekster tot rechter kan - indien haar bezwaar gegrond wordt verklaard - op ieder moment weer worden hervat en ook overigens is niet gebleken van omstandigheden die een spoedeisend belang opleveren voor verzoekster om de opleiding thans te continueren. 2.
  13. Uit het vorenstaande volgt dat niet voldaan is aan de in artikel 8:81 van de Awb gestelde voorwaarde van onverwijlde spoed, zodat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden afgewezen.
  14. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. BESLISSING De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht af. Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 november
  15. (getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans (getekend) A.C. Oomkens HD

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.