11/6000 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 19 augustus 2011, 11/1105 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.] de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak 12 december
- PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. J.J.C. van Haren, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend, met als bijlage een rapport van bezwaarverzekeringsarts J.P.M. Joosten van 20 maart
- Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 november
- Appellant en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.H. Maas. OVERWEGINGEN
- Appellant heeft zich, toen hij een werkloosheidsuitkering ontving, op 19 oktober 2010 ziek gemeld in verband met epilepsie. Op 25 januari 2011 is appellant gezien door verzekeringarts P.J. Blok. Die achtte appellant per 31 januari 2011 niet toegenomen beperkt ten opzichte van de medische situatie op 3 januari 2010, de datum waarop appellant een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) was geweigerd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Bij besluit van 25 januari 2011 heeft het Uwv appellant per 31 januari 2011 (verdere) uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) geweigerd omdat hij weer geschikt was voor zijn arbeid.
- Appellant heeft in bezwaar aangevoerd dat hij vanwege zijn fysieke klachten (hoofdpijn, rugpijn en epilepsie) en medicatiegebruik niet in staat was om te werken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep P.M.A. Lezaire, die appellant op 17 februari 2011 heeft gezien, heeft gerapporteerd dat niet gebleken is dat appellant meer beperkt is dan ten tijde van de WIA-beoordeling en dat rekening is gehouden met een beperking ten aanzien van het persoonlijk risico. De stelling van appellant dat hij niet kan werken zolang hij medicatie gebruikt kan niet worden gevolgd. Bij besluit op bezwaar van 22 februari 2011 heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 25 januari 2011 ongegrond verklaard.
- De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en daartoe in de aangevallen uitspraak overwogen, dat appellant in het kader van de ZW geschikt tot werken is wanneer hij in staat is ten minste één van de destijds in het kader van de Wet WIA geselecteerde functies te verrichten. De door appellant aangegeven klachten zijn bij de beoordeling van het recht op ZW-uitkering betrokken. De stelling van appellant dat de bijwerkingen van de door hem gebruikte medicatie hem verhindert om zijn arbeid te verrichten is niet, althans ontoereikend onderbouwd.
- In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de rechtbank de stelling van appellant dat de bijwerkingen van de door hem gebruikte medicatie hem verhinderen om zijn arbeid te verrichten, niet aan een nader oordeel van de verzekeringsarts dan wel een deskundige heeft onderworpen. 5.
- De Raad komt niet tot een ander oordeel dan de rechtbank en overweegt daartoe als volgt. De verzekeringsarts bezwaar en beroep Joosten heeft in zijn voornoemde rapport aangegeven, dat appellant na zijn laatste epileptische aanval in oktober 2010 weer is ingesteld op anti-epileptische medicatie en nadien geen epileptische insulten meer heeft gehad. Bijwerkingen van deze medicatie, behalve hoofdpijn, worden niet gemeld. Voorts is bij het vaststellen van de belastbaarheid van appellant vanwege de epileptische aanvallen en eventuele bijwerkingen van de medicatie een beperking gegeven ten aanzien van het werken op risicovolle plaatsen. Concrete aanknopingspunten om te twijfelen aan dit voldoende gemotiveerde standpunt van de bezwaarverzekeringsarts zijn van de zijde van appellant niet naar voren gebracht. 5.
- De aangevallen uitspraak dient daarom te worden bevestigd.
- De Raad ziet geen reden voor een proceskostenveroordeling. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van D. Heeremans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 december
- (getekend) Ch. van Voorst (getekend) D. Heeremans JvC