← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2012:BY6053

12/2198 WWB-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 maart 2012, 11/2089 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B. ] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen (college) Datum uitspraak: 10 december 2012 PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet van 7 augustus 2012 heeft de Raad het namens appellante door mr. W.C. de Jonge, advocaat, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van de Raad van 7 augustus 2012 heeft mr. De Jonge namens appellante verzet gedaan. Het verzet is behandeld ter zitting van 17 september

  1. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. De Jonge. Het college is niet verschenen. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 7 augustus 2012 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellante niet in verzuim is geweest. De rechtbank heeft op (vrijdag) 2 maart 2012 een afschrift van de aangevallen uitspraak aan (de gemachtigde van) appellante gezonden. Dat betekent dat de termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift is aangevangen op (zaterdag) 3 maart
  2. Het hogerberoepschrift is ingediend bij faxbericht van 16 april
  3. De gemachtigde van appellante heeft in verzet betoogd dat het hogerberoepschrift - wel - tijdig is ingediend. De termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift bedraagt zes weken (artikel 6:7 van de Awb) en vangt aan met ingang van de dag waarop de aangevallen uitspraak is bekendgemaakt (artikel 6:8 van de Awb). De eerste dag van de termijn is in dit geval (zaterdag) 3 maart 2012 en de laatste (zaterdag) 14 april
  4. Ingevolge de Algemene termijnenwet wordt de termijn verlengd tot (maandag) 16 april
  5. Het hogerberoepschrift is dus voor het einde van de termijn ontvangen (artikel 6:9 van de Awb). De gemachtigde heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de termijn eindigt op (zaterdag) 14 april 2012 om 00.00 uur, zodat deze dag bij de hogerberoepstermijn hoort. De Raad volgt de gemachtigde van appellante niet. De wettelijke termijn bedraagt zes weken (42 dagen). Ingevolge artikel 6:8 van de Awb gaat de termijn in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak is bekendgemaakt, in dit geval dus met ingang van (zaterdag) 3 maart
  6. “Met ingang van” een bepaalde dag moet worden begrepen als: bij het begin van die dag, in dit geval dus op (zaterdag) 3 maart 2012 om 00.00 uur. Dat betekent dat de termijn eindigt (afloopt) op (vrijdag) 13 april 2012 na het verstrijken van het tijdstip 23.59 uur. Op dat moment zijn immers 42 dagen (van 24 uur) verstreken. Indien het betoog van de gemachtigde van appellante zou worden gevolgd, zou de termijn 43 dagen, en daarmee meer dan zes weken bedragen. Het verzet is ongegrond. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons als voorzitter en H.C.P. Venema en M.F. Wagner als leden, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 december
  7. (getekend) T.G.M. Simons (getekend) D.W.M. Kaldenhoven

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.