10/7035 WMO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 26 november 2010, 10/17 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B. ] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas (college) Datum uitspraak: 27 december 2012 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. W.J. Sleegers, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. Bij besluit van 18 oktober 2011 heeft het college appellante in aanmerking gebracht voor het gebruik van het collectief vraagafhankelijk vervoersysteem tegen het lage Wmo-tarief. Bij brief van 30 augustus 2012 heeft mr. W.J. Sleegers namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft bij brief van 12 september 2012 gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Het college stelt zich op het standpunt dat er geen aanleiding is voor het toekennen van een vergoeding van proceskosten, omdat het besluit van 18 oktober 2011 tot toekenning van een vervoersvoorziening is genomen vanwege toegenomen beperkingen van appellante bij het lopen, waardoor zij niet in staat is het openbaar vervoer te bereiken en te gebruiken. Ten tijde van het primaire besluit kon appellante geen aanspraak maken op een vervoersvoorziening. De Raad stelt vast dat aan de bij besluit van 18 oktober 2011 toegekende vervoersvoorziening een nieuwe aanvraag (van 15 juni 2011) ten grondslag ligt en dat de toekenning is gebaseerd op een inmiddels gewijzigde medische situatie. Onder deze omstandigheden is geen sprake van een geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen als bedoel in artikel 8:75 a van de Awb. Het verzoek om een veroordeling in de proceskosten wijst de Raad daarom af. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 december 2012. (getekend) G.M.T. Berkel-Kikkert (getekend) E. Blijleven-de Vries
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.