← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2013:1035

11/804 INBURG Datum uitspraak: 17 juli 2013 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 15 december 2010, 10/6678 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.] (appellante) de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek (ISD) PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld De Raad heeft op 3 april 2013 een tussenuitspraak gedaan waarin aan de ISD is opgedragen om binnen zes weken het gebrek in het besluit van 31 augustus 2010 te herstellen met inachtneming van hetgeen de Raad heeft overwogen. De ISD heeft op 13 mei 2013 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Bij brief van 3 juni 2013 heeft mr. R.P.M. Duijndam, advocaat, namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de ISD te veroordelen in de proceskosten. De ISD heeft bij brief van 12 juni 2013 gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. ISD heeft bij besluit van 13 mei 2013 appellante ontheven van de inburgeringsverplichting. Het besluit komt geheel tegemoet aan het oorspronkelijke beroep van appellante. Mr. Duijndam heeft als reactie hierop het hoger beroep ingetrokken. De Raad ziet aanleiding om de ISD te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Het door ISD ingenomen standpunt dat geen pkv dient te worden toegekend nu de gronden waarop is tegemoet gekomen geheel andere zijn dan de gronden waarop het bij de rechtbank bestreden besluit berust, miskent dat een pkv ook wordt toegekend indien het tegemoetkomen plaats vindt op een grond die geen verband houdt met de aangevoerde begroepsgronden en volledig buiten het geding omgaat. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 944,-- in hoger beroep. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep veroordeelt de ISD in de kosten van appellante tot een bedrag van € 944,--,. Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van E.R. Flore als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2013. (getekend) J. Brand (getekend) E.R. Flore ew

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.