Centrale Raad van Beroep 11/3533 WWB Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 24 mei 2011, 11/591 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Arnhem (college) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. S.T.C. Rebergen, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juni
- Voor appellant is verschenen mr. E. Osinga, kantoorgenoot van mr. Rebergen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. A.J.M. Schakenraad. OVERWEGINGEN
- De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. 1.
- Appellant ontving algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), naar de norm voor een alleenstaande. Hij heeft op 12 november 2010 een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand voor de kosten van een satellietontvanger en voor de kosten van schilderswerkzaamheden in zijn (huur)woning. 1.
- Bij besluit van 15 november 2010, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 28 januari 2011(bestreden besluit), heeft het college de aanvraag van appellant om bijzondere bijstand voor de kosten van een satellietontvanger en voor schilderswerkzaamheden afgewezen. Daaraan is ten grondslag gelegd dat de kosten van een satellietontvanger geen noodzakelijke kosten van het bestaan zijn en dat de kosten van schilderswerkzaamheden tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren die uit het reguliere inkomen dienen te worden voldaan.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
- Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Ten aanzien van de kosten voor een satellietontvanger heeft hij aangevoerd dat deze kosten wel degelijk noodzakelijk zijn en heeft daarbij gewezen op zijn bijzondere individuele omstandigheden. Als gevolg van zijn lichamelijke beperkingen kan appellant zich slechts met twee krukken en een scootmobiel voortbewegen. Daardoor is hij voor informatie uit zijn thuisland afhankelijk van de sateliettelevisie. Hij stelt in dit verband dat hij bij gebrek aan satellietontvangst in een sociaal isolement dreigt te geraken. Voorts is appellant van mening dat het niet toekennen van bijzondere bijstand voor de kosten van een sateliellietontvanger in strijd is met artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Wat betreft de kosten van schilderswerkzaamheden stelt appellant dat deze kosten niet uit de bijstandsnorm kunnen worden voldaan, omdat hij zijn kind, dat in Turkije woonachtig is, financieel ondersteunt.
- De Raad komt tot de volgende beoordeling. Kosten van een satellietontvanger 4.
- In geschil is of de kosten van een satellietontvanger voor appellant noodzakelijk zijn. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij door het ontbreken van de mogelijkheid om via een satellietverbinding televisiebeelden te ontvangen in een sociaal isolement dreigt te geraken. Appellant kan in staat worden geacht om met gebruikmaking van de hem ten dienste staande hulpmiddelen sociale contacten buitenshuis te onderhouden. Niet valt in te zien hoe de onmogelijkheid om thuis satelliettelevisie te bekijken daaraan in de weg zou staan. Ook de stelling dat hij door de satellietontvangst beter kan meepraten over nieuwsfeiten brengt niet mee dat de kosten van een satellietontvanger voor hem noodzakelijk zijn. Het college heeft de aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van een satellietontvanger daarom terecht afgewezen. Het beroep van appellant op artikel 10 van het EVRM faalt. Appellant heeft op geen enkele wijze onderbouwd en/of aannemelijk gemaakt dat het onthouden van bijzondere bijstand voor de kosten van een satellietontvanger tot een rechtens onaanvaardbare inbreuk op het recht op vrije nieuwsgaring in de zin van artikel 10 van het EVRM heeft geleid. Kosten schilderswerkzaamheden 4.
- Tussen partijen is niet in geschil dat de kosten van schilderswerkzaamheden noodzakelijk zijn. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het hier gaat om kosten die behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Dergelijke kosten dienen in beginsel te worden bestreden uit het inkomen, hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Daarvoor wordt alleen bijzondere bijstand verleend indien de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, die ertoe leiden dat die kosten niet uit de algemene bijstand en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan. 4.
- Het feit dat appellant met de algemene bijstand die hij ontvangt tevens zijn kind, dat in Turkije woonachtig is, financieel ondersteunt - wat hier verder ook van zij - is geen bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 35, eerste lid, van de WWB. Zoals de Raad eerder heeft overwogen (CRvB 1 mei 2013, LJN BZ9166), strekt algemene bijstand tot levensonderhoud van de bijstandsgerechtigde (en zijn gezin) hier te lande en niet tot het scheppen van draagkracht ter voorziening in het levensonderhoud van personen die daarin niet betrokken zijn, zoals zijn in het buitenland woonachtige kind. 4.
- Het voorgaande betekent dat het hoger beroep geen doel treft. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.
- Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs als voorzitter en J.J.A. Kooijman en F. Hoogendijk als leden, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juli
- (getekend) R.H.M. Roelofs (getekend) A.C. Oomkens HD