← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2013:1214

Centrale Raad van Beroep 11/6615 ZW Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 6 oktober 2011, 11/644 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. J.J. Achterveld, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juni

  1. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Achterveld. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.H.M.A. Swarts. OVERWEGINGEN
  2. Appellante heeft zich op 20 september 2010 vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet wegens rugklachten ziek gemeld. Zij is voordien laatstelijk twee uur per dag op vijf dagen in de week werkzaam geweest als schoonmaakster van een school. Naar aanleiding van haar ziekmelding is aan haar een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend.
  3. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek op 12 oktober 2010 heeft het Uwv bij besluit van dezelfde datum de ZW-uitkering met ingang van 13 oktober 2010 beëindigd, omdat appellante op en na deze datum niet meer ongeschikt werd geacht tot het verrichten van haar werk.
  4. Bij besluit van 3 februari 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 12 oktober 2010 ongegrond verklaard. Dit besluit berust op een rapport van 2 februari 2011 van bedrijfsarts J. Miedema, afdeling bezwaar en beroep.
  5. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij beslissende betekenis toegekend aan de bevindingen van de betrokken verzekeringsarts en voornoemde arts Miedema. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat beide artsen appellante hebben onderzocht. Verder heeft de rechtbank overwogen dat Miedema de beschikbare medische gegevens van de behandelend neuroloog en huisarts van appellante bij zijn beoordeling heeft betrokken en dat de bevindingen van de neuroloog, zoals weergegeven in een brief van 24 januari 2011, de conclusie bevestigen dat de pijnklachten van appellante niet medisch geobjectiveerd kunnen worden. De rechtbank zag verder, in aanmerking nemend de reactie van het Uwv op de door appellante in beroep overgelegde medische gegevens, geen aanleiding om een medisch onderzoek te gelasten.
  6. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 5.
  7. Hetgeen appellante heeft aangevoerd is geen reden om van het oordeel van de rechtbank, neergelegd in de aangevallen uitspraak, af te wijken en de aan dat oordeel ten grondslag gelegde overwegingen niet te onderschrijven. Van de zijde van het Uwv is een zorgvuldig onderzoek ingesteld naar de gezondheidstoestand van appellante ten tijde in geding en, mede gelet op de beschikbare gegevens van de behandelend sector, op verantwoorde wijze geconcludeerd dat appellante op die datum niet buiten staat was haar werk te verrichten. Appellante heeft geen medische gegevens ingebracht die reden vormen om de conclusie van het Uwv in twijfel te trekken. Er is mitsdien ook geen aanleiding om een nader medisch onderzoek in te stellen.
  8. Uit hetgeen is overwogen onder 5.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
  9. Er is geen grond voor een proceskostenveroordeling BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en A.I. van der Kris als leden, in tegenwoordigheid van D. Heeremans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 juli
  10. (getekend) Ch. van Voorst (getekend) D. Heeremans HD

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.