Centrale Raad van Beroep 12/4170 ZVW Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 april 2012, 11/2 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.](Spanje) (appellant) College voor zorgverzekeringen (Cvz) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft T.P. Sanders hoger beroep ingesteld. Cvz heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni
- Appellant is niet verschenen. Cvz heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.M. Nijman. OVERWEGINGEN
- Bij brief bij de rechtbank ontvangen op 2 januari 2011 heeft appellant beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift van 11 oktober
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat Cvz bij besluit van 19 juni 2007 op het bezwaarschrift van appellant heeft beslist.
- Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
- De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
- Bij brief van 11 oktober 2005 heeft appellant Cvz - onder verwijzing naar de brief van Cvz van 5 september 2005 - verzocht om artikel 69, eerste en tweede lid, van de Zorgverzekeringswet (Zvw) niet op hem van toepassing te verklaren. Voorts heeft hij zich onder protest bij Cvz aangemeld als verdragsgerechtigde en heeft hij bezwaar gemaakt tegen het vaststellen van zijn verdragsgerechtigdheid. 4.
- Bij besluit van 19 juni 2007 heeft Cvz het bezwaar van appellant niet ontvankelijk verklaard. Hiertoe heeft Cvz overwogen dat het bezwaar van appellant zich richt tegen een brief of brieven van Cvz over het verdragsrecht van appellant en de verschuldigdheid van de Zvw-bijdrage en/of de berekening van de bijdrage. 4.
- Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat zijn brief van 11 oktober 2005 gericht is tegen de brief van Cvz van september 2005 en dat Cvz met het besluit van 19 juni 2007 niet heeft beslist op zijn bezwaarschrift van 11 oktober
- Deze gronden heeft hij ook al in beroep aangevoerd en zijn door de rechtbank besproken. De Raad is van oordeel dat de rechtbank deze gronden op juiste wijze heeft besproken en op juiste wijze heeft uiteengezet waarom die gronden niet slagen.
- Nu appellant in hoger beroep naast de in 4.1 bedoelde gronden geen andere gronden heeft aangevoerd slaagt het hoger beroep niet en dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.
- Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 augustus
- (getekend) J. Brand (getekend) S. Aaliouli EH