11/6744 WW Datum uitspraak: 14 augustus 2013 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 11 oktober 2011, 11/912 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. F.S. Boedhoe, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. Het Uwv heeft op 21 maart 2013 een nieuw besluit genomen. Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft verweer gevoerd. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten. OVERWEGINGEN
- Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
- De Raad stelt vast dat appellante het hoger beroep heeft ingetrokken omdat met de nieuwe beslissing op bezwaar van 21 maart 2013 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. 3.
- Appellante heeft verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Appellante is van mening dat het Uwv het besluit eerder had kunnen nemen, waardoor appellante geen procedures had hoeven voeren. 3.
- Het Uwv ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het Uwv heeft naar voren gebracht dat de nieuwe beslissing op bezwaar van 21 maart 2013 tot stand is gekomen naar aanleiding van een vaststellingsovereenkomst die gemachtigde eerst in hoger beroep heeft overgelegd. Het valt het Uwv dan ook niet te verwijten dat de eerdere beslissing achteraf niet juist blijkt.
- De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
- In de bestuursrechtspraak geldt als algemeen uitgangspunt dat een proceskostenveroordeling ten laste van het bestuursorgaan volgt bij een intrekking van het beroep omdat geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen. Dat appellante voordat de rechtbank uitspraak heeft gedaan de vaststellingsovereenkomst had kunnen overleggen is geen aanleiding om af te zien van een proceskostenveroordeling ten laste van het Uwv. 4.
- De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 944,- in beroep en € 472,- in hoger beroep. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.416,-. Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 augustus
- (getekend) H.G. Rottier (getekend) P. Boer EH