← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2013:1452

Centrale Raad van Beroep 12/6587 WWB Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 26 oktober 2012, 12/1515 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (college) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juli

  1. Appellant is verschenen. Het college heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen. OVERWEGINGEN
  2. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. 1.
  3. Bij besluit van 23 juni 2011 heeft het college de aanvraag van appellant om bijzondere bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand voor diverse kostenposten deels ingewilligd en deels afgewezen. 1.
  4. Bij besluit van 2 februari 2012 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellant tegen het besluit van 23 juni 2011 niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
  5. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
  6. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Hij heeft in dat verband, samengevat, het volgende naar voren gebracht. Een vrijwilliger heeft voor appellant het bezwaarschrift opgesteld. Dat heeft lang geduurd. Iemand anders heeft het bezwaarschrift overgetypt. Als gevolg van deze gang van zaken is het bezwaarschrift slechts één dag te laat bij het gemeentehuis afgegeven. Vanwege zijn gezondheid was appellant niet in staat zelf het bezwaarschrift op te maken en over te typen. Bij de gemeente is bekend dat appellant voor 100% invalide is. De gemeente heeft ten onrechte niet naar de menselijke kant van de zaak gekeken.
  7. De Raad komt tot de volgende beoordeling, waarbij hij voor de toepasselijke bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht verwijst naar de aangevallen uitspraak. 4.
  8. Vaststaat dat appellant het bezwaarschrift tegen het besluit van 23 juni 2011 één dag te laat heeft ingediend. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. 4.
  9. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank, en de overwegingen waarop dat oordeel berust, dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Appellant is zelf verantwoordelijk voor het tijdig indienen van een bezwaarschrift. Wat er ook zij van de door appellant gestelde omstandigheid dat hij niet in staat was om dat zelf te doen en dat zijn invaliditeit bekend is bij de gemeente, appellant heeft derden ingeschakeld om een bezwaarschrift in te dienen tegen het besluit van 23 juni
  10. Het handelen of nalaten van deze derden, ten gevolge waarvan het bezwaarschrift te laat is ingediend, komt voor rekening en risico van appellant. De omstandigheid dat de bezwaartermijn met slechts één dag is overschreden, doet er niet aan af dat deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Niet valt in te zien dat het college de, wat appellant noemt, menselijke kant van de zaak had moeten betrekken bij de vraag of sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. 4.
  11. Uit 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
  12. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van M. Sahin als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 augustus
  13. (getekend) W.F. Claessens (getekend) M. Sahin HD

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.