← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2013:1878

11/7262 WIA Datum uitspraak: 27 september 2013 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 27 oktober 2011, 10/5382 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats](appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. J.J. Bronsveld, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. De behandeling ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november

  1. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Voor het Uwv is verschenen M.J.H. Maas. Het onderzoek ter zitting is geschorst teneinde het Uwv de gelegenheid te geven nader onderzoek te verrichten. Het Uwv heeft een rapportage van klinische psycholoog en klinisch neuropsycholoog dr. drs. L.E.E. Ligthart ingediend. Dit rapport is opgesteld naar aanleiding van een latere ziekmelding van appellant maar de deskundige is verzocht om in zijn expertise ook de hier in geding zijnde datum van 9 augustus 2010 te betrekken. Appellant heeft bij schrijven van 12 april 2013 een reactie gegeven. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten. OVERWEGINGEN
  2. Bij besluit van 26 augustus 2010 heeft het Uwv geweigerd appellant per 9 augustus 2010 een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) toe te kennen.
  3. Bij besluit van 19 november 2010 (bestreden besluit) is het bezwaar gericht tegen het besluit van 26 augustus 2010 ongegrond verklaard.
  4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe is - samengevat - overwogen dat op grond van de beschikbare gegevens er geen reden is voor het oordeel dat de verzekeringsarts te geringe beperkingen heeft aangenomen. Met de beperkingen van appellant is in voldoende mate rekening gehouden. Voor een onderzoek door een deskundige is geen aanleiding. Op grond van de vastgestelde beperkingen heeft de arbeidsdeskundige vastgesteld dat het eigen werk van appellant niet meer passend is maar dat er voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen zijn waarin de beperkingen van appellant niet worden overschreden.
  5. Appellant heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat zijn beperkingen niet juist zijn vastgesteld. Daarnaast blijkt uit de stukken dat hij een erg laag IQ heeft. Appellant verzoekt de Raad dan ook een deskundige te benoemen. De geduide functies zijn niet passend omdat de belastbaarheid wordt overschreden. Bovendien lijken de functies erg op het eigen werk, waarvoor hij ongeschikt is geacht. Met betrekking tot het rapport van Ligthart brengt appellant naar voren dat de uitkomst van de rapportage niet eenduidig is. 5.
  6. De Raad overweegt als volgt. 5.
  7. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat er geen reden is om aan te nemen dat appellant meer of anders beperkt is dan is weergegeven in de Functionele Mogelijkheden Lijst. De Raad betrekt in zijn oordeel ook de rapportage van Ligthart. Ligthart heeft geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een duidelijke psyichatrische ziekte of gebrek. Evenmin is er sprake van een verstandelijke handicap. Hiermee staat genoegzaam vast dat er op de in geding zijnde datum van 9 augustus 2010 geen sprake was van zwakbegaafdheid. In hetgeen appellant naar voren heeft gebracht ziet de Raad geen reden om tot een ander oordeel te komen. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige te benoemen wordt niet ingewilligd. De hiervoor noodzakelijke twijfel aan de juistheid van de medische beperkingen ontbreekt. 5.
  8. Appellant is van mening dat de bezwaararbeidsdeskundige terecht heeft vastgesteld dat hij zijn eigen werk als monteur niet kan verrichten, maar de geduide functies hebben zoveel raakvlakken met zijn eigen werk dat hij die ook niet kan verrichten. Deze grond slaagt niet. De aan de schatting ten grondslag liggende functies (wikkelaar, produktiemedewerker industrie en electronicamonteur) hebben een andere belasting dan zijn eigen werk. De bezwaararbeidsdeskundige heeft uiteengezet waarom appellant, ondanks zijn beperkingen, in staat is de werkzaamheden behorend bij de functies te verrichten. Deze uiteenzetting is voldoende inzichtelijk.
  9. Uit hetgeen is overwogen in 5.2 en 5.3 volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
  10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 september
  11. (getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen (getekend) G.J. van Gendt QH

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.