11/5103 TOG Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 juli 2011, 10/3144 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te[woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. A.L.M. Vreeswijk, advocaat, hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2013. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Vreeswijk. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zuidersma. OVERWEGINGEN 1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. 1.1. Appellante heeft op 11 december 2009 een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 (TOG) aangevraagd ten behoeve van haar zoon [naam zoon], geboren [in] 1994, omdat hij meer verzorging nodig heeft in verband met ADHD en een aandoening aan zijn nieren. 1.2. In het kader van het onderzoek naar het recht op de tegemoetkoming heeft verzekeringsarts J.A.C.M. Rijntjens van ClientFirst Intermediairs te Zeist (ClientFirst) op 15 januari 2010 aan de Svb een medisch advies uitgebracht. Daarin is geconcludeerd dat de beperkingen van [naam zoon] niet tot gevolg hebben dat hij aanzienlijk afhankelijker is van geregelde verzorging of oppassing dan een gezond kind van dezelfde leeftijd. De Svb wordt geadviseerd om [naam zoon] op de peildatum 1 oktober 2008 niet gehandicapt te achten in de zin van de TOG. 1.3. Bij besluit van 21 januari 2010 heeft de Svb appellante meegedeeld dat zij met ingang van het vierde kwartaal van 2008 geen recht heeft op een tegemoetkoming op grond van de TOG, omdat [naam zoon] niet aanzienlijk meer afhankelijk is van geregelde oppassing en verzorging dan een gezond kind van zijn leeftijd. Het aantal punten dat ClientFirst voor hem heeft bepaald, ligt onder het vereiste minimumaantal van zes. 1.4. Bij besluit van 27 mei 2010 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellante tegen het besluit van 21 januari 2010 ongegrond verklaard en de aanvraag met ingang van 1 juli 2009 afgewezen. De Svb heeft zich op het standpunt gesteld dat [naam zoon] niet voldoet aan de minimale zorgscore van 6 punten voor de leeftijdcategorie 12 tot en met 17 jaar. Daarbij is verwezen naar het rapport van bezwaararts G. Durlinger, van 3 mei 2010, waarin wordt geconcludeerd dat er geen aanleiding bestaat om terug te komen van het advies van verzekeringsarts Rijntjens van 15 januari 2010. 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat niet is gebleken dat de Svb de zorgscore van [naam zoon] onvoldoende hoog heeft vastgesteld voor ‘gedrag’, ‘alleen thuis zijn’, ‘eten en drinken’ en ‘zindelijkheid’, zodat appellante terecht niet in aanmerking is gebracht voor een tegemoetkoming op grond van de TOG. 3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Daarbij heeft zij naar voren gebracht dat ten onrechte door de rechtbank is geoordeeld dat de totale zorgscore van 5 punten zorgvuldig is vastgesteld. Per onderdeel heeft appellante te kennen gegeven dat de toegekende score te laag is, zij meent dat er ten minste 9 punten hadden moeten worden toegekend. 4. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.1. De TOG heeft tot doel ouders/verzorgers die een zeer ernstig gehandicapt kind thuis verzorgen, terwijl dit kind gelet op de aard en mate van zijn handicap in een intramurale AWBZ-instelling geplaatst zou kunnen worden, financieel tegemoet te komen. 4.2.1. In artikel 2 van de TOG is bepaald dat als kind wordt aangemerkt een persoon tussen de 3 en 18 jaar, die ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke of geestelijke aard waardoor hij blijvend of voorlopig blijvend gehandicapt is. 4.2.2. In artikel 3 van de TOG is kort gezegd bepaald dat als (voorlopig) blijvend gehandicapt wordt aangemerkt het kind dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.