← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2013:2498

11/485 WW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 december 2010, 09/5723 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP De Raad heeft op 23 juli 2010 (ECLI:NL:CRVB:1095) een tussenuitspraak gedaan. Het Uwv heeft een besluit ingezonden van 29 augustus

  1. Appellant heeft zijn zienswijze gegeven op het besluit. De zaak is verwezen naar een enkelvoudige kamer van de Raad. Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht, gelezen in verbinding met artikel 21, eerste en zesde lid, van de Beroepswet, is afgezien van een nader onderzoek ter zitting. OVERWEGINGEN
  2. Bij de tussenuitspraak is geoordeeld dat het Uwv aan appellant ten onrechte een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) heeft ontzegd op de grond dat aan zijn werkloosheid een arbeidsrechtelijke dringende reden ten grondslag ligt, zodat van verwijtbare werkloosheid in de zin van artikel 24, tweede lid, aanhef en onder a, van de WW geen sprake is.
  3. Bij besluit van 29 augustus 2013 heeft het Uwv vastgesteld dat appellant met ingang van 24 april 2009 recht heeft op een WW-uitkering. Het uitkeringsbedrag is voor de eerste twee maanden bepaald op € 86,42 bruto per dag en vanaf 24 juni 2009 op € 80,66 bruto per dag. Omdat appellant de aanvraag om WW-uitkering niet tijdig heeft ingediend, heeft het Uwv aan appellant een maatregel opgelegd; van 1 mei 2009 tot en met 31 mei 2009 wordt het uitkeringsbedrag met 5% verlaagd. Het Uwv heeft verder besloten aan appellant de kosten van rechtsbijstand in bezwaar te vergoeden tot een bedrag van € 944,-.
  4. Volgens appellant heeft het Uwv met het besluit van 29 augustus 2013 op een juiste wijze uitvoering gegeven aan de tussenuitspraak. Hij heeft verzocht om vergoeding van zijn kosten in beroep en in hoger beroep.
  5. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  6. Uit overweging 4.10 van de tussenuitspraak volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd, voor zover de rechtbank daarbij heeft bepaald dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven. 4.
  7. Het besluit van 29 augustus 2013 behoeft geen beoordeling omdat appellant daartegen geen beroepsgronden heeft gericht. 4.
  8. Er is aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep. De kosten van rechtsbijstand worden begroot op € 1.180,-. Bij de aangevallen uitspraak is het Uwv al veroordeeld in de proceskosten van appellant in beroep. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover daarbij is bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit van 30 oktober 2009 in stand blijven; verklaart het beroep tegen het besluit van 29 augustus 2013 niet-ontvankelijk; veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.180,-; bepaalt dat het Uwv aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 111,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 november
  9. (getekend) M. Greebe (getekend) D.E.P.M. Bary NW

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.