Centrale Raad van Beroep 13/814 WSF Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland van 16 januari 2013, 11/657 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (minister) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. A.E.L.T. Balkema, advocaat, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 mei
- Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Balkema. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K.F. Hofstee. OVERWEGINGEN
- Bij besluit van 16 februari 2011 heeft de minister appellante meegedeeld dat de ten behoeve van haar vastgestelde alimentatie, vermeerderd met de wettelijke indexering, in de plaats wordt gesteld van de veronderstelde ouderbijdrage. Bij besluit van 7 april 2011 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar ongegrond verklaard. Daarbij is gesteld dat de wettelijk vastgestelde alimentatie pas buiten beschouwing wordt gelaten als sprake is van een periode van tenminste twaalf maanden waarin de alimentatie niet is betaald. Er dienen dan wel aantoonbare stappen te zijn ondernomen om wel tot inning te komen.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe geoordeeld dat niet gebleken is dat de alimentatie voor appellante vanaf 1 januari 2009 niet inbaar is en dat uit de door appellante overgelegde verklaringen van de gemeente Doesburg niet blijkt dat de alimentatie op 1 januari 2010 reeds sinds een jaar niet meer is voldaan.
- Appellante heeft zich daar in hoger beroep tegen gekeerd. Zij heeft gesteld dat de voorwaarden van artikel 6 van het Besluit studiefinanciering 2000 (Bsf 2000) niet cumulatief gelden. Voorts heeft zij gesteld dat de alimentatie niet inbaar was. Invordering zou zeker niet succesvol zijn geweest. Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) kan niets (meer) voor haar doen. Zij heeft ten slotte een beroep gedaan op de hardheidsclausule. 4.
- De Raad overweegt als volgt. 4.
- De rechtbank heeft terecht geconcludeerd dat appellante voldoet aan de voorwaarde van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, van het Bsf
- 4.3.
- De rechtbank heeft voorts met juistheid overwogen dat daarnaast moet worden voldaan aan het bepaalde in artikel 12, eerste lid, van het Bsf
- In dit verband verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 20 februari 2009 (LJN BH3690). 4.3.
- Op grond van dit artikel komt, indien een studerende alimentatie ontvangt, het door de rechter vastgestelde bedrag aan alimentatie in de plaats van de veronderstelde ouderlijke bijdrage. Indien de alimentatie oninbaar is, dient als bewijs een verklaring van een ter zake deskundige te worden overgelegd. 4.3.
- Ter onderbouwing van haar stelling dat haar vader de vastgestelde alimentatie niet voldoet heeft appellante bij de rechtbank een aantal brieven van de gemeente Doesburg overgelegd. 4.3.
- De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat uit die verklaringen niet blijkt dat de alimentatie op 1 januari 2010 reeds sinds een jaar niet meer is voldaan. Appellante heeft zelf tussen haar achttiende en haar eenentwintigste verjaardag evenmin voldoende ondernomen om de alimentatie te (laten) innen. Zij heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat dit niet van haar gevergd kon worden. De enkele stelling van appellante dat zij bang is voor repercussies is daarvoor onvoldoende. 4.
- Appellante heeft ten slotte geen omstandigheden naar voren gebracht waarin aanleiding zou moeten worden gevonden voor toepassing van de in artikel 11.5 van de Wsf 2000 opgenomen hardheidsclausule. 4.
- De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en H.J. de Mooij en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 juni
- (getekend) J. Brand (getekend) M.R. Schuurman IvR