← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2013:782

Centrale Raad van Beroep 12/2767 WWB-PV Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 18 april 2012, 12/118 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Leiden (college) Zitting heeft: O.L.H.W.I. Korte als voorzitter van de enkelvoudige kamerGriffier: T.A. Meijering Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. W.G.H. Janssen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. E.P. van Nooijen. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het verzoek om toekenning van vergoeding van schade af. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. Appellant ontving vanaf 2003 bijstand naar de norm voor een alleenstaande, laatstelijk ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB). Het college heeft bij besluit van 30 augustus 2010 de bijstand van appellant per 1 juli 2010 na opschorting ingetrokken omdat appellant niet had gereageerd op het verzoek om gegevens toe te sturen. Tegen dit besluit is geen rechtsmiddel aangewend. Appellant heeft in mei opnieuw bijstand aangevraagd. Het college heeft bij besluit van 19 juli 2011 aan appellant een bijstandsuitkering toegekend vanaf 25 mei 2011. Het hiertegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 29 november 2011 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat van het college terughoudendheid verwacht had mogen worden bij het beëindigen van de bijstand in 2010 omdat bekend was met zijn lichamelijke en psychische klachten. Het college had verder onderzoek moeten doen naar de reden waarom appellant niet reageerde op de brieven. Door de intrekking van de bijstand is de huurbetaling gestaakt. De woning van appellant, die in het buitenland verbleef, is ontruimd. Appellant heeft schade geleden door het verlies van zijn woning en inboedel. Hij houdt het college daarvoor aansprakelijk. Daarom verzoekt appellant een schadeloosstelling van het college. In deze procedure ligt ter beoordeling voor, het bestreden besluit waarbij het college op de aanvraag van appellant aan hem met ingang van 25 mei 2011 bijstand heeft toegekend. Appellant heeft tegen dit besluit op zich geen bezwaren. De bezwaren van appellant zijn gericht tegen de wijze waarop het college in 2010 de bijstand heeft beëindigd. Het besluit van 30 augustus 2010 staat echter in rechte vast. Met deze procedure tegen het bestreden besluit kan appellant niet bereiken dat de omstandigheden die hebben geleid tot het intrekkingsbesluit noch dat besluit zelf of de gevolgen daarvan door de bestuursrechter worden beoordeeld. Het hoger beroep slaagt daarom niet en het verzoek om vergoeding van schade moet dan ook worden afgewezen Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier De voorzitter (getekend) T.A. Meijering (getekend) O.L.H.W.I. Korte Voor eensluidend afschrift de griffier van de Centrale Raad van Beroep RH

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.