12/1685 WW Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 9 februari 2012, 11/887 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te [vestigingsplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak 9 januari
- PROCESVERLOOP Namens appellante heeft [E.] hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 december
- [E.] is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.H.M.A. Swarts. OVERWEGINGEN 1.
- Het Uwv heeft [naam werknemer] in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) over de periode van 1 juni 2009 tot en met 28 februari
- Bij brief van 13 oktober 2010 heeft het Uwv [werknemer] erop gewezen dat een werkgever voor hem een loonkostensubsidie kan aanvragen. Eén van de in deze brief vermelde voorwaarden voor toekenning van een loonkostensubsidie is dat op het moment van indiensttreding nog recht bestaat op WW-uitkering. 1.
- [E.] heeft achtereenvolgens in oktober 2010, december 2010 en in januari 2011 per e-mail informatie over loonkostensubsidie ontvangen van C. ter Brake, werkgeversadviseur van WERKplein Oldambt, en van M. Boersma, werkcoach van UWV WERKbedrijf Winschoten. 1.
- [werknemer] is in dienst getreden bij appellante met ingang van 1 maart
- Appellante heeft op 12 april 2011 bij het Uwv een aanvraag loonkostensubsidie ingediend voor deze werknemer. 1.
- Bij besluit van 15 april 2011 heeft het Uwv de aanvraag afgewezen op de grond dat [werknemer] niet tot de doelgroep voor loonkostensubsidie behoort. Bij besluit van 23 juni 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 15 april 2011 ongegrond verklaard.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het Uwv terecht het standpunt heeft ingenomen dat niet aan alle voorwaarden voor verlening van de loonkostensubsidie was voldaan en het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen. 3.
- Appellante heeft in hoger beroep opnieuw verwezen naar e-mails van Ter Brake en Boersma en de Raad verzocht het bestreden besluit te vernietigen. 3.
- Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.
- De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
- Voor de tekst van artikel 78a van de WW wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Partijen zijn het er over eens dat de tekst van deze bepaling geen ruimte biedt om voor [werknemer] loonkostensubsidie toe te kennen, omdat deze op het tijdstip van indiensttreding bij appellante geen recht meer had op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de WW. Het Uwv was dus niet bevoegd de gevraagde loonkostensubsidie toe te kennen. 4.
- Het beroep van appellante op het vertrouwensbeginsel is terecht door de rechtbank verworpen. Aan de door appellante overgelegde e-mails heeft appellante niet de gerechtvaardigde verwachting kunnen ontlenen, dat de aanvraag om loonkostensubsidie door het Uwv zou worden toegewezen. De inhoud van de e-mail van de werkcoach van 19 januari 2011, die appellante ten onrechte verwees naar de Belastingdienst, is niet correct, maar bevat slechts een verwachting van werkcoach Boersma over toekenning van een nog door appellante in te dienen aanvraag. Deze verwachting werd uitgesproken op een moment dat [werknemer] nog wel recht had op WW-uitkering. Bij zijn e-mail van 18 januari 2011 had [E.] wel een datum genoemd voor de voorgenomen indiensttreding van [werknemer], maar de einddatum van het WW-recht niet (opnieuw) onder de aandacht gebracht. 4.
- Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
- Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en H.G. Rottier en M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 januari
- (getekend) G.A.J. van den Hurk (getekend) D.E.P.M. Bary JvC