12/3823 WW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 29 mei 2012, 12/146 WW (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.] de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. A.M. Boogaart, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. Het Uwv heeft op 13 augustus 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Bij brief van 4 september 2012 is namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en de wettelijke rente. Het Uwv heeft bericht geen gebruik te maken van de gelegenheid om een verweerschrift in te dienen. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt. Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 13 augustus 2012 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoet gekomen. De Raad wijst het verzoek van appellante om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering toe. Voor de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen geldt het volgende. Het gaat om de onterechte gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag. Deze is ontvangen op 29 augustus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.