12/5027 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 3 september 2012, 11/1232 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B. ] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 6 februari 2013 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. S.T. Dieters, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. OVERWEGINGEN In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht, is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Het ingediende beroepschrift bevat echter geen gronden. Bij brief van 11 september 2012 is de gemachtigde van appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen. De gemachtigde van appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Bij aangetekende brief van 12 oktober 2012 is aan de gemachtigde van appellant nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellant erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld. De gemachtigde van appellant heeft binnen de in de brief van 12 oktober 2012 gestelde termijn, welke eindigde op 9 november 2012, geen beroepsgronden ingediend. Eerst op 12 november 2012 heeft de Raad de gronden waarop het hoger beroep berust ontvangen. Het beroepschrift is gedateerd 6 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.