12/1721 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 7 maart 2012, 11/8753 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 13 februari 2013 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. H.L. van Lookeren Campagne, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 januari
- Voor appellante is verschenen mr. Van Lookeren Campagne. Het Uwv heeft zich -met bericht van verhindering- niet laten vertegenwoordigen. OVERWEGINGEN
- Appellante was laatstelijk werkzaam als schoonmaakster voor 40 uur per week. Van 1 juni 2011 tot en met 31 augustus 2011 ontving zij een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Met ingang van 17 augustus 2011 heeft appellante zich ziek gemeld vanwege pols-, hand- en schouderklachten. Bij besluit van 29 augustus 2011, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 12 oktober 2011 (bestreden besluit), heeft het Uwv geweigerd aan appellante per 17 augustus 2011 een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toe te kennen.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Aan de aangevallen uitspraak wordt het volgende ontleend, waar voor eiseres wordt gelezen appellante: “
- De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts voldoende gegevens naar voren zijn gekomen om tot ene afgewogen oordeel omtrent de voor eiseres geldende beperkingen te kunnen komen. Anders dan eiseres ziet de rechtbank geen aanleiding het medisch onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts onzorgvuldig te achten. Uit diens rapport blijkt dat hij eiseres lichamelijk heeft onderzocht. Bij dit lichamelijk onderzoek heeft hij de schouder, pols, rechterarm- en hand van eiseres onderzocht en tevens heeft hij onderzoek gedaan naar de psychische gezondheidstoestand van eiseres. Daarbij heeft hij rekening gehouden met de informatie uit de behandelende sector.
- De rechtbank is voorts van oordeel dat er geen aanknopingspunten zijn dat het medische oordeel van de bezwaarverzekeringsarts niet juist is. Niet kan worden gesteld dat de beperkingen van eiser zijn onderschat. De bezwaarverzekeringsarts heeft bij zijn onderzoek vastgesteld dat er bij eiseres geen sprake is van een invaliderend depressief toestandsbeeld en in de door eiseres in beroep overgelegde informatie van i-psy heeft de rechtbank geen aanknopingspunten gevonden dat dit standpunt van de bezwaarverzekeringsarts onjuist is. Ook ten aanzien van de polsklachten heeft de rechtbank geen grond de bezwaarverzekeringsarts niet volgen in zijn standpunt dat er geen evidente beperkende pathologie bestaat, nu er geen informatie van derden voorhanden is waaruit blijkt dat dit anders is. Wat betreft de rugklachten van eiseres is de rechtbank uit de door eiseres overgelegde informatie van de fysiotherapeut gebleken dat er sprake is van aspecifieke rugklachten, zodat er ook ten aanzien van deze klachten geen grond is om te twijfelen aan het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het inwinnen van een medisch deskundigenadvies, zoals door eiseres is bepleit, niet noodzakelijk.”
- Appellante heeft in hoger beroep haar standpunt gehandhaafd dat het medisch onderzoek van het Uwv zeer summier en niet zorgvuldig is geweest en dat de uit dat onderzoek getrokken conclusies niet juist zijn.
- De Raad heeft geen aanleiding gezien om met betrekking tot het bestreden besluit tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank heeft gegeven en stelt zich achter de hiervoor geciteerde overwegingen die de rechtbank in de aangevallen uitspraak aan dat oordeel ten grondslag heeft gelegd. De rechtbank is voldoende ingegaan op de gronden van appellante. In hoger beroep zijn geen nieuwe gezichtspunten naar voren gebracht noch heeft appellante nadere medische gegevens overgelegd. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
- Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 februari
- (getekend) J.J.T. van den Corput (getekend) Z. Karekezi