← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1397

12/2622 WIA-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 20 maart 2012, 11/1855 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 15 februari 2013 PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet van 6 juli 2012 heeft de Raad het namens appellante door mr. J. Cortet, advocaat, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van de Raad van 6 juli 2012 heeft mr. Cortet namens appellante verzet gedaan. Het verzet is behandeld ter zitting van 28 januari

  1. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Cortet. Het Uwv is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 6 juli 2012 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 1 mei
  2. Het hogerberoepschrift is gedateerd 26 april 2012 en is - abusievelijk - gericht aan en verzonden naar de Raad van State, waar het op 7 mei 2012 is ontvangen. Op de enveloppe is door PostNL het poststempel 4 mei 2012 aangebracht. De Raad van State heeft het hogerberoepschrift doorgezonden aan de Raad. De gemachtigde van appellante heeft verklaard dat het hogerberoepschrift op 26 april 2012 is verzonden. De post wordt door een koerier op het kantoor van de gemachtigde opgehaald en afgeleverd bij een postsorteercentrum van PostNL. De gemachtigde van appellante heeft in een telefonisch onderhoud met PostNL vernomen dat de mogelijkheid bestaat dat post die op 26 april 2012 is aangeboden, mede door de drukke dagen rond Koninginnedag, pas op 4 mei 2012 is gestempeld. Ingevolge artikel 6:9 van de Awb is een (hoger)beroepschrift tijdig ingediend, indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Aan de laatste voorwaarde is in dit geval voldaan. De vraag is of ook aan de eerste voorwaarde is voldaan, dus: of het hogerberoepschrift (uiterlijk) op 1 mei 2012 ter post is bezorgd. Volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad wordt bij de vaststelling van de dag waarop een brief ter post is bezorgd, uitgegaan van het op de enveloppe geplaatste poststempel, tenzij de verzender aannemelijk maakt dat de brief op een eerdere datum ter post is bezorgd. De enkele verklaring van de gemachtigde van appellante dat het hogerberoepschrift enkele dagen voor het verstrijken van de termijn op een postsorteercentrum van PostNL is aangeboden, is daarvoor niet toereikend. Het hogerberoepschrift is dus niet tijdig ingediend. Op grond van artikel 6:11 van de Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring desondanks achterwege, indien - kort gezegd - de indiener van het (hoger)beroepschrift niet kan worden verweten dat de termijn is overschreden. Volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad is daarvan geen sprake als de indiener van het (hoger)beroepschrift heeft gekozen voor niet-aangetekende verzending daarvan. De gevolgen van die keuze komen voor risico van de indiener. Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 februari
  3. (getekend) T.G.M. Simons (getekend) D.W.M. Kaldenhoven

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.