← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1497

11/7259 WSF Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 november 2011, 11/251 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B. ] (appellant) de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. D. van der Wal, advocaat, hoger beroep ingesteld. De Minister heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 december

  1. Appellant is niet verschenen. De Minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.E. Merema. OVERWEGINGEN
  2. Bij besluit van 10 december 2010 (bestreden besluit) heeft de Minister, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit van 6 november 2010 waarbij de draagkracht van appellant voor 2011 is vastgesteld op € 96,74 per maand.
  3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de Minister geheel in overeenstemming met de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen, de draagkracht van appellant voor 2011 heeft berekend op basis van het door de belastingdienst vastgestelde verzamelinkomen van appellant over het jaar
  4. Gesteld noch gebleken is dat de hoogte van het in aanmerking genomen verzamelinkomen van appellant in 2009 niet juist zou zijn. Voor zover appellant een beroep op de hardheidsclausule heeft willen doen door te wijzen op zijn persoonlijke omstandigheden, slaagt dit beroep niet gelet op het bepaalde in artikel 11.5, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wet studiefinanciering
  5. Het betoog van appellant dat de Minister hem in de gelegenheid had moeten stellen een verzoek om peiljaarverlegging aan te vragen, faalt. Een verzoek om peiljaarverlegging betreft een procedure die los staat van de onderhavige procedure.
  6. In hoger beroep handhaaft appellant zijn in bezwaar en beroep geuite gronden en verwijst daarnaar. Appellant benadrukt dat hij geen draagkracht heeft omdat zijn inkomen onder het draagkrachtvrije bedrag ligt.
  7. Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe gronden aangevoerd. De rechtbank heeft de in bezwaar en beroep naar voren gebrachte gronden beoordeeld en gemotiveerd geoordeeld dat zij niet slagen. De Raad sluit zich aan bij de ter zake door de rechtbank gegeven overwegingen. De Raad voegt hier aan toe dat appellant ook in hoger beroep op geen enkele wijze heeft aangetoond dat aan de berekening van zijn draagkracht over 2011 onjuiste inkomensgegevens ten grondslag liggen.
  8. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
  9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van M. Sahin als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 februari
  10. (getekend) T. Hoogenboom (getekend) M. Sahin IJ

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.