← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1924

12/1589 WUV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak in het geding tussen Partijen: [A. te B.] (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder) Datum uitspraak 21 februari

  1. PROCESVERLOOP Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 8 februari 2012, kenmerk BZ01415566 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940 1945 (Wuv). Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari
  2. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. P.M. Groenhart. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel. OVERWEGINGEN
  3. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. 1.
  4. Appellante is in 1929 geboren in het toenmalig Nederlands-Indië. In 1990 is zij erkend als vervolgde in de zin van de Wuv. Haar zijn een periodieke uitkering en voorzieningen op grond van de Wuv toegekend. Op 5 augustus 2011 is haar echtgenoot [naam echtgenoot] overleden. 1.
  5. Bij besluit van 15 november 2011 heeft verweerder de periodieke uitkering en de vergoeding voor de kosten van huishoudelijke hulp met ingang van 1 september 2011 ingetrokken. Daartoe is overwogen dat de aanspraken van appellante op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940 1945 (Wubo) voor haar tot een financieel gunstiger resultaat leiden. 1.
  6. Het hiertegen gerichte bezwaar is bij het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard. Daartoe is overwogen dat geen gronden van bezwaar zijn ingediend.
  7. Naar aanleiding van het beroep overweegt Raad als volgt. 2.
  8. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient een bezwaarschrift de gronden van het bezwaar te bevatten. Het door de gemachtigde van appellante ingediende bezwaarschrift van 23 december 2011 bevatte deze gronden niet. 2.
  9. Ingevolge artikel 6:6 van de Awb kan het bezwaarschrift niet-ontvankelijk worden verklaard indien niet is voldaan aan artikel 6:5, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. 2.
  10. Bij brief van 29 december 2011 heeft verweerder de gemachtigde verzocht het bezwaar uiterlijk op 20 januari 2012 te motiveren. Bij aangetekende brief van 23 januari 2012 heeft verweerder een nadere termijn gesteld van twee weken na verzending van deze brief. Daarbij is aangegeven dat, bij gebreke van een tijdige reactie, het bezwaar niet-ontvankelijk kan worden verklaard. 2.
  11. Niet is gebleken dat appellante of haar gemachtigde de gronden van het bezwaar alsnog heeft ingediend. Evenmin is gebleken van redenen om het niet indienen van de gronden verontschuldigbaar te achten. Bij het bestreden besluit is het bezwaar dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. 2.
  12. Het beroep is dus ongegrond.
  13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper, in tegenwoordigheid van V.C. Hartkamp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 februari
  14. (getekend) R. Kooper (getekend) V.C. Hartkamp HD

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.