← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2174

11/4057 AOW Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 mei 2011, 10/4919 (aangevallen uitspraak) Partijen: de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (appellant) [A. te B. ] (betrokkene) Datum uitspraak: 22 februari 2013 PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Namens betrokkene heeft mr. N. Bevelander, advocaat, een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 januari

  1. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. Bevelander. OVERWEGINGEN 1.
  2. Betrokkene, geboren [geboortedatum], is op [huwelijksdatum] gehuwd met [M.] (echtgenote). In maart 2010 heeft betrokkene om toekenning van een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) gevraagd. Daarbij heeft zij aangegeven dat zij sinds 19 mei 2008 duurzaam gescheiden leeft. 1.
  3. Op verzoek van de Svb heeft betrokkene op 15 april 2010 het formulier Onderzoek duurzaam gescheiden leven ingevuld. Voorts heeft zij telefonisch inlichtingen verstrekt. 1.
  4. Bij besluit van 21 mei 2010 heeft de Svb aan appellante met ingang van augustus 2010 een ouderdomspensioen naar de norm van een gehuwde toegekend. 1.
  5. Bij besluit van 31 augustus 2010 (bestreden besluit) heeft de Svb zijn besluit van 21 mei 2010 na bezwaar gehandhaafd.
  6. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het besluit van 21 mei 2010 herroepen en bepaald dat aan betrokkene vanaf augustus 2010 een ouderdomspensioen wordt toegekend naar de norm van een ongehuwde. Voorts heeft de rechtbank een beslissing over vergoeding van proceskosten en griffierecht genomen.
  7. Appellant heeft in hoger beroep gesteld dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven. Appellant heeft tevens een kopie van een overlijdensadvertentie van de vader van betrokkene overgelegd waarop betrokkene en haar echtgenote tezamen worden genoemd. 4.1 De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  8. Op grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW wordt als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij is gehuwd. Tussen partijen is in geschil of betrokkene als gehuwd dan wel als duurzaam gescheiden levend moet worden beschouwd. 4.
  9. Volgens vaste rechtspraak is van duurzaam gescheiden leven sprake indien ten aanzien van gehuwden de toestand is ontstaan dat, na de door beiden of één hunner gewilde verbreking van de echtelijke samenleving, ieder afzonderlijk zijn eigen leven leidt als ware hij niet met de ander gehuwd en deze toestand door hen beiden, althans door één van hen, als bestendig is bedoeld. Voorts is in de rechtspraak tot uitdrukking gebracht dat in het algemeen kan worden aangenomen dat na het sluiten van een huwelijk de betrokkenen de intentie hebben een echtelijke samenleving - al dan niet op termijn - aan te gaan maar dat het niet is uit te sluiten dat onder omstandigheden vanaf de huwelijksdatum van duurzaam gescheiden leven kan worden gesproken, mits dat ondubbelzinnig uit de feiten en omstandigheden blijkt. 4.
  10. Voor de beoordeling of in dit geval sprake is van een uitzonderingssituatie als onder 4.3 omschreven, is het volgende van belang. Betrokkene en haar echtgenote beschikken elk over een eigen woning. Zij zien elkaar gemiddeld een keer per week en bellen of mailen elkaar om de dag. Zij maken af en toe gezamenlijk uitstapjes en hebben de sleutel van elkaars woning. Voorts presenteerden zij zich in de in 3 genoemde overlijdensadvertentie als stel. Er kan niet worden gesteld dat uit deze feiten en omstandigheden ondubbelzinnig blijkt dat betrokkene en haar echtgenote ieder afzonderlijk hun eigen leven leiden als waren zij niet met de ander gehuwd. De overige omstandigheden zoals het ontbreken van een financiële verstrengeling, het ontbreken van gezamenlijke vakanties en het ontbreken van een testament kunnen daar niet aan afdoen. Hetzelfde geldt voor de door betrokkene uitgesproken intentie elkaar niet te zullen verzorgen bij mogelijke ziekte en niet te zullen gaan samenwonen. 4.
  11. Het onder 4.2 tot en met 4.4 overwogene leidt tot het oordeel dat betrokkene niet als duurzaam gescheiden levend kan worden aangemerkt. Hieruit volgt dat het bestreden besluit ten onrechte door de rechtbank is vernietigd, zodat de aangevallen uitspraak niet in stand kan blijven. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen zal de Raad het beroep ongegrond verklaren.
  12. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - vernietigt de aangevallen uitspraak; - verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en T.L. de Vries en E.E.V. Lenos als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 februari
  13. (getekend) M.M. van der Kade (getekend) D.E.P.M. Bary Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip duurzaam gescheiden leven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.