← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2801

11/4596 WIA-T Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Tussenuitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 29 juni 2011, 10/4682 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 1 maart 2013 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. drs. A. Boumanjal, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari

  1. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. drs. Boumanjal. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.H.M. Visser. OVERWEGINGEN 1.
  2. Voor een overzicht van de relevante feiten verwijst de Raad naar de in het bestreden besluit van 28 mei 2010 opgenomen voorgeschiedenis. 1.
  3. Bij het bestreden besluit heeft het Uwv de bezwaren van appellant tegen de besluiten van 15 oktober 2009 en 28 december 2009 ongegrond verklaard. Bij het besluit van 15 oktober 2009 heeft het Uwv geweigerd aan appellant met ingang van 10 augustus 2009 een uitkering op grond van de Wet WIA toe te kennen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Bij het besluit van 28 december 2009 heeft het Uwv geweigerd aan appellant met ingang van 10 september 2007 een WAO-uitkering toe te kennen omdat zijn beperkingen ten opzichte van de eerdere WAO-beoordeling niet zijn toegenomen.
  4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat de medische beperkingen van appellant niet zijn onderschat. Dat appellant meer klachten heeft betekent niet dat zijn beperkingen zijn toegenomen. Een voorgestelde operatie leidt evenmin tot die conclusie. De rechtbank is voorts van oordeel dat de bezwaararbeidsdeskundige voldoende heeft gemotiveerd waarom de geduide functies voor appellant geschikt zijn; overleg met de bezwaarverzekeringsarts is niet voor alle signaleringen nodig. Ten slotte heeft de rechtbank overwogen dat het opleidingsniveau terecht op 2 is vastgesteld. De weigering van zowel de WIA- als de WAO-uitkering is terecht.
  5. In hoger beroep heeft appellant verwezen naar hetgeen hij in bezwaar en beroep naar voren heeft gebracht. Hij heeft er voorts op gewezen dat de geduide functies vanwege het opleidingsniveau niet passend zijn. Hij heeft slechts enkele jaren basisonderwijs gevolgd en heeft eenzijdige werkervaring. 4.
  6. De Raad overweegt als volgt. 4.
  7. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd met betrekking tot de medische kant van zowel de WIA- als de WAO-beoordeling bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten. De rechtbank heeft deze gronden afdoende besproken en gemotiveerd overwogen waarom zij niet slagen. Ook in hoger beroep heeft appellant geen medische informatie overgelegd die tot een andere conclusie moet leiden. 4.
  8. Met betrekking tot de arbeidskundige kant van de WIA-zaak wordt overwogen dat het Uwv aan appellant (uiteindelijk) drie functies heeft voorgehouden als geschikte arbeidsmogelijkheden, zijnde productiemedewerker industrie (Sbc-code 111180), sorteerder, controleur

(111340)en huishoudelijk medewerker gebouwen
(111334). In de functie sorteerder, controleur staat een signalering bij item 5.7.1 Bovenschouder actief zijn namelijk: “Dagelijks gedurende niet meer dan ongeveer 1 uur: rolcontainer lossen en vullen”. De Raad begrijpt uit de inhoud van de functie dat het hier gaat om het met twee handen de stapel gevouwen wasgoed (een hand onder en een hand boven op de stapel) uit en in de bovenste lade van de rolcontainer doen. Appellant is rechts beperkt in boven schouderhoogte actief zijn. De door de arbeidsdeskundige in het rapport van 16 december 2009 gegeven toelichting op dit punt “Kan ook met links verricht worden” overtuigt niet. De ter zitting gegeven toelichting dat bij het item 5.7.1 in de functie niet is vermeld dat het een tweehandige actie is overtuigt evenmin gelet op de hiervoor weergegeven functieinhoud. Bovendien ligt het niet voor de hand dat een stapel wasgoed in een rolcontainer plaatsen met één hand gedaan kan worden. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan deze functie dan ook niet aan de schatting ten grondslag worden gelegd.
  1. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat sprake is van een gebrek in de motivering van het bestreden besluit. Dit besluit is dus in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
  2. De Raad ziet aanleiding met toepassing van artikel 21, zesde lid, van de Beroepswet het Uwv op te dragen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Gelet op het hiervoor weergegeven oordeel van de Raad dient het Uwv alsnog op een adequate manier te motiveren dat de functie sorteerder, controleur ook op het punt van Bovenschouder actief zijn voor appellant geschikt is dan wel een andere passende functie te duiden en, zo nodig, de mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw vast te stellen. Daartoe zal een termijn worden gesteld. Gelet op hetgeen appellant heeft aangevoerd over het opleidingsniveau zou het tevens nuttig zijn als het Uwv, eventueel subsidiair, functies duidt met opleidingsniveau
  3. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep draagt het Uwv op binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek in het bestreden besluit te herstellen met inachtneming van hetgeen de Raad heeft overwogen. Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van D. Heeremans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 maart
  4. (getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen (getekend) D. Heeremans NW

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.