← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2810

11/3486 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 mei 2011, 10/2629 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 1 maart 2013 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. J.G. Wattilete, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari

  1. Appellante noch haar gemachtigde is verschenen. Voor het Uwv is verschenen mr. J. Koning. OVERWEGINGEN 1.
  2. Bij besluit van 23 april 2010 heeft het Uwv geweigerd appellante per 16 mei 2010 in aanmerking te brengen voor een uitkering krachtens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), omdat zij per die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt is geacht. 1.
  3. Bij besluit van 6 september 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar gericht tegen het besluit van 23 april 2010 ongegrond verklaard.
  4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Hiertoe is - kort samengevat - overwogen dat de rapportages van de verzekeringsarts van het Uwv zorgvuldig tot stand zijn gekomen. De informatie van de fysiotherapeut en neuroloog waarbij appellante onder behandeling is, is meegewogen in de medische beoordeling. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De aan de schatting ten grondslag liggende functies zijn besproken door de bezwaararbeidsdeskundige en passend geacht. De rechtbank acht dit juist. Hieruit volgt dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt zodat appellante terecht een WIA-uitkering is geweigerd.
  5. Appellante heeft in hoger beroep haar standpunt dat ze meer beperkingen heeft herhaald. Zij is van mening dat haar ten onrechte een WIA-uitkering is geweigerd. 4.
  6. De Raad overweegt als volgt. 4.
  7. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig is geweest. Er heeft zorgvuldig onderzoek plaatsgevonden en de in bezwaar ingebrachte medische stukken zijn bij de besluitvorming betrokken. Appellante heeft in hoger beroep geen nieuwe medische gronden naar voren gebracht. Evenmin zijn er medische stukken in geding gebracht waaruit blijkt dat zij meer of anders beperkt is dan door de verzekeringsartsen is aangenomen. 4.
  8. De rechtbank heeft ook terecht geoordeeld dat het arbeidskundig onderzoek juist is geweest. In hoger beroep heeft het Uwv een rapport van de bezwaararbeidsdeskundige, gedateerd 8 juli 2011, in geding gebracht. Hierin is nader uiteengezet waarom de geduide functies, ondanks enkele signaleringen die aangeven dat er mogelijk sprake is van een overschrijding van de belastbaarheid, geschikt zijn voor appellante. Deze toelichting is eveneens overtuigend.
  9. Uit hetgeen is overwogen in 4.2 en 4.3 volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
  10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van D. Heeremans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 maart
  11. (getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen (getekend) D. Heeremans NW

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.