10/5767 AW-R, 10/5768 AW-R, 10/5769 AW-R, 10/5770 AW-R, 10/5771 AW-R, 10/5772 AW-R, 12/1605 AW-R en 12/1606 AW-R Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 10 december 2012, 10/5767 AW, 10/5768 AW, 10/5769 AW, 10/5770 AW, 10/5771 AW, 10/5772 AW, 12/1605 AW en 12/1606 AW Partijen: [A. te B. ] (appellante) de Minister van Verkeer en Waterstaat, thans de Minister van Infrastructuur en Milieu (minister) Datum uitspraak: 28 februari 2013 PROCESVERLOOP De Raad heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 10 december 2012 twee verschrijvingen en een kennelijke fout bevat. De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te verbeteren. Bij brieven van 14 januari 2013 en 25 januari 2013 heeft [R.] namens appellante op dit voornemen gereageerd. Bij brief van 20 februari 2013 heeft mr. S. van Heukelom-Verhage namens de minister hierop gereageerd. OVERWEGINGEN
- De Raad heeft vastgesteld dat de uitspraak van 10 december 2012 in rechtsoverweging 4.12 en in de beslissing met betrekking tot de griffierechtvergoeding per abuis “de aangevallen uitspraak 2” in plaats van “de aangevallen uitspraak 1” vermeldt en dat als gevolg van deze verschrijving het totale bedrag aan betaald griffierecht dat de minister aan appellante dient te vergoeden onjuist is berekend. De beslissing met betrekking tot de aangevallen uitspraak 1 in plaats van de aangevallen uitspraak 2 brengt een vergoeding mee van het in beroep betaalde griffierecht van in totaal 6 maal € 141,- = € 846,- in plaats van 2 maal € 150,- = € 300,- en het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 224,- in plaats van € 232,-. Dit betekent dat in de beslissing het te vergoeden bedrag aan betaald griffierecht ten onrechte is vastgesteld op € 532,- en dat dit € 1.070,- moet zijn.
- De gemachtigde van appellante heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om de Raad te wijzen op een groot aantal zijns inziens overige onzorgvuldigheden en onjuistheden op grond waarvan hij de Raad verzoekt de uitspraak te rectificeren. De Raad stelt vast dat de namens appellante voorgestelde aanpassingen van de uitspraak geen kennelijke fouten betreffen, maar dat appellante ermee beoogt op te komen tegen de gegeven uitspraak. Een rectificatieprocedure kan echter slechts betrekking hebben op kennelijke fouten en kan niet gebruikt worden om tegen een gegeven uitspraak op te komen. De voorgestelde aanpassingen kunnen daarom in het kader van de rectificatie van de uitspraak niet in aanmerking worden genomen.
- De Raad zal de onder 1 vermelde vergissingen herstellen door de uitspraak van 10 december 2012 in evenvermelde zin te rectificeren.
- Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl en de oorspronkelijke uitspraak zal daaruit worden verwijderd. Het LJN-nummer van de gerectificeerde uitspraak zal gelijk zijn aan dat van de oorspronkelijke uitspraak. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - wijzigt in rechtsoverweging 4.12 de tekst “de aangevallen uitspraak 2” in “de aangevallen uitspraak 1”; - wijzigt in de beslissing de bepaling over de griffierechtvergoeding in: “bepaalt dat de Minister van Infrastructuur en Milieu aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht in verband met de aangevallen uitspraak 1 van in totaal € 1.070,- vergoedt;”. Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en H.A.A.G. Vermeulen als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 februari
- (getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans (getekend) P.W.J. Hospel