← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3600

11/4146 WIA Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 24 mei 2011, 11/708 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 8 maart 2013 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. J.M.F. Honders, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 januari

  1. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Honders. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J. van Steenwijk. OVERWEGINGEN
  2. Appellant heeft zich vanuit zijn werk als schoonmaker in de bouw per 18 mei 2008 ziek gemeld na een val.
  3. Bij besluit van 7 juli 2010 heeft het Uwv vastgesteld dat geen recht is ontstaan op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) omdat appellant met ingang van 16 mei 2010 minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Bij besluit van 13 januari 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 7 juli 2010 ongegrond verklaard.
  4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv een zorgvuldig uitgebreid onderzoek gedaan, waarbij naast eigen medisch en arbeidskundig onderzoek tevens informatie van de behandelend sector is meegenomen bij de beoordeling.
  5. In hoger beroep heeft appellant onder bijvoeging van het huisartsenjournaal aangevoerd dat zijn klachten zijn onderschat en tevens dat hij gelet op zijn beperkingen, niet in staat is om de geselecteerde functies te verrichten.
  6. De Raad overweegt als volgt. 5.
  7. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat geen aanknopingspunten om over de medische grondslag van het bestreden besluit tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank. De Raad heeft dan ook geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de aan het bestreden besluit mede ten grondslag gelegde conclusie van de bezwaarverzekeringsarts van het Uwv. De in hoger beroep genoemde angststoornissen zoals die zouden blijken uit de informatie van de NOAGG, zijn door de bezwaarverzekeringsarts uitdrukkelijk in de beoordeling betrokken, zoals blijkt uit de rapportage van bezwaarverzekeringsarts Tjon-A-Sam van 10 januari
  8. Appellant heeft ook in hoger beroep niet aannemelijk gemaakt dat er aanleiding is voor twijfel met betrekking tot de bij hem vastgestelde belastbaarheid, zoals is neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst. Dat appellant zich onlangs weer tot een psychiater heeft gewend, zoals door hem ter zitting van de Raad is meegedeeld, leidt niet tot een ander oordeel, nu thans de mate van arbeidsongeschiktheid per 16 mei 2010 in geding is. 5.
  9. Uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot appellant vastgestelde medische beperkingen is er geen aanleiding om te oordelen dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies als voor appellant in medisch opzicht niet als geschikt kunnen worden aangemerkt. In de arbeidskundige rapporten van 15 oktober 2010 en 12 januari 2011 zijn de signaleringen voorkomend in het resultaat functiebeoordeling van de geselecteerde functies, voorzien van een toereikende en inzichtelijke toelichting. 5.
  10. Uit hetgeen onder 5.1 en 5.2 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
  11. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning als voorzitter en E.J. Govaers en J.S. van der Kolk als leden, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 maart
  12. (getekend) M.C. Bruning (getekend) K.E. Haan JL

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.