11/6869 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 14 oktober 2011, 11/3422 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft Mr. M.J. Klinkert, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een nadere reactie ingezonden. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 december
- Appellant en zijn gemachtigde zijn, met kennisgeving vooraf, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer. OVERWEGINGEN 1.
- Appellant heeft zich vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet op 15 oktober 2007 ziek gemeld in verband met psychische klachten en lage rugklachten. 1.
- Bij beslissing op bezwaar van 13 mei 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv gehandhaafd zijn besluit van 5 oktober 2009, waarbij is vastgesteld dat voor appellant met ingang van 12 oktober 2009 geen recht is ontstaan op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het bestreden besluit berust op het standpunt dat appellant met ingang van 12 oktober 2009 weliswaar beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan de door de bezwaararbeidsdeskundige geselecteerde functies. Het Uwv heeft de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op minder dan 35%.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat er geen aanleiding bestaat voor twijfel aan de juistheid van de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts over de belastbaarheid van appellant. Appellant heeft zijn standpunt dat hij meer beperkingen heeft dan is aangenomen niet met overlegging van medische stukken aannemelijk gemaakt. Met betrekking tot de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit heeft de rechtbank geoordeeld dat de bezwaararbeidsdeskundige voldoende duidelijk gemotiveerd de bezwaren van appellant heeft weerlegd en dat appellant in beroep heeft nagelaten te onderbouwen waarom deze motivering niet juist zou zijn. De geduide functies wordt appellant geacht te kunnen vervullen met de voor hem objectief vaststelde beperkingen. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
- In hoger beroep heeft appellant zijn in bezwaar en beroep aangevoerde standpunt herhaald dat bij het vaststellen van zijn beperkingen onder meer onvoldoende rekening is gehouden met ernstige rugklachten. Hij is hierdoor niet in staat tot het vervullen van de functies produktiemedewerker industrie, samensteller kunststofartikelen of parkeercontroleur. Naar zijn mening geldt bovendien voor de geduide functie parkeercontroleur dat hij niet aan de hiervoor gestelde opleidingseisen voldoet omdat hij geen basisonderwijs heeft genoten en ook geen vervolgopleiding heeft gevolgd.
- De Raad oordeelt als volgt. 4.
- Naar aanleiding van het bezwaar van appellant tegen het besluit van 5 oktober 2009 heeft de bezwaarverzekeringsarts R.M. Hulst een eigen lichamelijk en psychisch onderzoek verricht en in de rapportage van 9 mei 2011 zijn bevindingen neergelegd. De primaire verzekeringsarts heeft bij het onderzoek op 18 augustus 2009 geen afwijkingen van betekenis gevonden en deze werden ook door Hulst niet gevonden. Wel waren bij het onderzoek van Hulst de bevindingen consistent. Bij onderzoek in engere zin waren er forse beperkingen, spontaan waren mobiliteit en motoriek normaal. Er was een fors verhoogde hartfrequentie in rust, passend bij conditieverlies. Dat verlies is uit de anamnese te verklaren: betrokkene doet de hele dag vrijwel niets. Naar het oordeel van Hulst ontbrak een objectieve onderbouwing van de door de primaire verzekeringsarts in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aangenomen uitgebreide beperkingen. Hulst heeft de FML in die zin gewijzigd dat appellant belastbaar werd geacht conform de normaalwaarde in de FML van 9 mei
- Vastgesteld kan worden dat de bezwaarverzekeringsarts in de voorgenoemde rapportage voldoende gemotiveerd heeft dat met de bijgestelde FML voldoende rekening is gehouden met de medische beperkingen van appellant. Er zijn ook in hoger beroep geen objectieve medische gegevens ingebracht die aanleiding zouden kunnen geven voor een ander oordeel over de belastbaarheid van appellant. 4.
- Wat betreft het oordeel van de rechtbank over de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit stelt de Raad vast dat de arbeidsdeskundige van het Uwv drie functies heeft geselecteerd om de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant te bepalen, namelijk de functies productiemedewerker industrie (sbc-code 111180), samensteller kunststof en rubberindustrie (sbc-code 271130) en parkeercontroleur (sbc-code 342022). Als reservefunctie selecteerde hij de functies inpakker (handmatig; sbc-code 111190) en medewerker tuinbouw (sbc-code 11010). In verband met structureel voorkomende nachtdiensten heeft de bezwaararbeidsdeskundige in plaats van de functie parkeercontroleur (sbc-code 34022) de passende functie productiemedewerker voedingsmiddelenindustrie (sbc-code 111172) toegevoegd. Mede in verband met het verhandelde ter zitting moet het ervoor worden gehouden dat, zoals de vertegenwoordiger van het Uwv heeft toegelicht, hiermee de functie van parkeercontroleur is komen te vervallen en wel om reden van nachtdienst. Vastgesteld kan worden dat uiteindelijk de functies productiemedewerker voedingsmiddelenindustrie (sbc-code 111172), samensteller kunststofartikelen (sbc-code 271130) en productiemedewerker industrie (sbc-code 111180) aan de schatting ten grondslag zijn gelegd. Uitgaande -in overeenstemming met overweging 4.1- van de juistheid van de voor appellant vastgestelde belastbaarheid, kan het oordeel van de rechtbank over de medische geschiktheid van de uiteindelijk geduide functies voor juist worden gehouden. Zo de functie samensteller kunststofartikelen (sbc-code 271130) - in lijn met de ter zake in hoger beroep aangevoerde grond inzake het opleidingsvereiste basisonderwijs en enkele jaren vervolgonderwijs - zou moeten vervallen, zou dit niet leiden tot een rechtens relevante verandering van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant - het loonverlies zou alsdan met het in aanmerking nemen van de reservefunctie medewerker tuinbouw (SBC-code111010) uitkomen op 33,42% - en derhalve geen consequenties hebben voor de uitkomst van de schatting. 4.
- Gelet op de overwegingen 4.1 en 4.2 slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 maart
- (getekend) C.W.J. Schoor (getekend) Z. Karekezi CVG