← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4846

12/5372 AWBZ-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 9 augustus 2012, 11/2479 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.] (appellante) Zorgkantoor Friesland (Zorgkantoor) Datum uitspraak 20 maart

  1. PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 21 november 2012 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van de Raad van 21 november 2012 heeft appellante verzet gedaan. Het verzet is behandeld ter zitting van 5 maart
  2. Appellante is verschenen. Het Zorgkantoor is niet verschenen. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 21 november 2012 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Vaststaat dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 20 september
  3. Het hogerberoepschrift is gedateerd 26 september
  4. De enveloppe waarin het ter post is bezorgd, draagt het poststempel 1 oktober
  5. Het is op 2 oktober 2012 bij de Raad ontvangen. Appellante heeft ter zitting aangevoerd dat zij tijdens de behandeling ter zitting bij de rechtbank de indruk heeft gekregen dat de rechter in haar voordeel zou beslissen. Na ontvangst van de uitspraak was appellante, mede doordat de uitspraak voor haar moeilijk leesbaar was, in de veronderstelling dat zij de zaak gewonnen had. Pas nadat appellante een factuur van het Zorgkantoor had ontvangen, was het haar duidelijk dat de rechtbank niet in haar voordeel heeft beslist en heeft zij alsnog hoger beroep ingesteld. De Raad stelt vast dat in de aangevallen uitspraak uitdrukkelijk staat vermeld dat het beroep ongegrond wordt verklaard. Het had op de weg van appellante gelegen zich te wenden tot een (rechts)hulpverlener als de uitspraak van de rechtbank in voor haar niet begrijpelijke taal was gesteld. De gevolgen van het niet correct lezen van de uitspraak komen voor risico van appellante. Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard. Gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval zal het betaalde griffierecht (€ 115,-) door de griffier van de Raad aan appellante worden terugbetaald. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 maart
  6. (getekend) T.G.M. Simons (getekend) D.W.M. Kaldenhoven GdJ

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.