← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4875

10/6439 AWBZ Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 20 oktober 2010, 09/1858 (aangevallen uitspraak) Partijen: Centraal Administratie Kantoor B.V. (CAK) [A. te B.] (betrokkene) Datum uitspraak 20 maart

  1. PROCESVERLOOP CAK heeft hoger beroep ingesteld. Het beroep is behandeld op de zitting van 6 februari
  2. Namens CAK is verschenen mr. M.A.H. Gatzen. Betrokkene is niet verschenen. OVERWEGINGEN
  3. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. 1.
  4. CAK heeft in een besluit van 24 januari 2009 op grond van het bepaalde bij en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten de eigen bijdrage van betrokkene voor zorg met verblijf met ingang van 1 januari 2009 vastgesteld op € 742,22 per maand. Betrokkene heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt. 1.
  5. Vervolgens heeft CAK in een besluit van 15 mei 2009 de eigen bijdrage van betrokkene met ingang van 1 januari 2009 gewijzigd vastgesteld op € 666,98 per maand. Betrokkene heeft daartegen op 11 juni 2009 een pro-formabezwaarschrift ingediend. 1.
  6. CAK heeft vervolgens in twee nadere besluiten de eigen bijdrage met ingang van 1 januari 2009 en in twee nadere besluiten de eigen bijdrage met ingang van 1 augustus 2009 gewijzigd vastgesteld. 1.
  7. CAK heeft in een besluit van 27 oktober 2009 de bezwaren van betrokkene tegen de vaststelling van de eigen bijdrage voor zorg met verblijf voor het jaar 2009 gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaard. Het verzoek van betrokkene om vergoeding van kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het bezwaar heeft moeten maken, is toegewezen tot een bedrag van € 644,00 wegens verleende rechtsbijstand. Tegen dat besluit heeft betrokkene beroep ingesteld.
  8. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 27 oktober 2009 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd voor zover betrekking hebbend op de proceskosten in bezwaar. De rechtbank heeft de hoogte van de proceskosten in bezwaar bepaald op 3,5 punten x € 322,- = € 1.127,-. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat over het jaar 2009 over twee perioden afzonderlijke besluitvorming heeft plaatsgevonden waartegen betrokkene afzonderlijk bezwaar heeft gemaakt. Er is verder met betrekking tot deze bewaren één hoorzitting gehouden. De rechtbank heeft in deze berekening ten slotte 0,5 punt meegeteld voor het pro-formabezwaarschrift van 11 juni
  9. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het pro-formabezwaarschrift moet worden gezien als een reactie op verzoek van CAK, omdat onder het besluit van 15 mei 2009 een bezwarenclausule wordt vermeld.
  10. CAK heeft zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
  11. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  12. CAK heeft gesteld dat de rechtbank bij de toekenning van de proceskostenvergoeding in bezwaar ten onrechte 0,5 procespunt heeft toegekend voor het pro-formabezwaarschrift van 11 juni
  13. 4.
  14. De Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) kennen een forfaitair systeem van vergoeding van kosten van rechtsbijstand. De kosten hier aan de orde, betreffen de kosten van de door de gemachtigde van betrokkene in bezwaar aan haar verleende rechtsbijstand. Dergelijke kosten worden, ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van het Bpb vastgesteld overeenkomstig het in de bijlage bij het Bpb opgenomen tarief. Uitsluitend voor de in die bijlage onder A genoemde proceshandelingen is een vergoeding mogelijk. Voor het bezwaar en administratief beroep vermeldt onderdeel A4 van de bijlage als voor vergoeding in aanmerking komende proceshandelingen: bezwaarschrift/beroepschrift, verschijnen hoorzitting en nadere hoorzitting. 4.
  15. Het forfaitaire systeem kent dus niet een vergoeding voor een pro-formabezwaarschrift. Bovendien is niet voorzien in een honorering van een reactie in bezwaar, nog los van de vraag of een pro-formabezwaarschrift gericht tegen een wijzigingsbesluit als zodanig kan worden gezien. De Raad ziet in het onderhavige geval geen bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Bpb om van het genoemde forfaitaire systeem af te wijken. 4.
  16. Wat hiervoor is overwogen houdt in dat de beroepsgrond van CAK slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten voor vernietiging in aanmerking komt. Doende wat de rechtbank had behoren te doen verklaart de Raad het beroep van betrokkene tegen het besluit 27 oktober 2009 gegrond en vernietigt dat besluit voor zover betrekking hebbend op de proceskosten in bezwaar en bepaalt de Raad dat de hoogte van de proceskosten in bezwaar wordt gesteld op € 966,-.
  17. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep -vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten, behoudens de daarbij gegeven beslissingen over in beroep gemaakte proceskosten en griffierecht; -verklaart het beroep van betrokkene tegen het besluit van 27 oktober 2009 gegrond en vernietigt dat besluit voor zover betrekking hebbend op de proceskosten in bezwaar; -bepaalt dat de door CAK te vergoeden proceskosten in bezwaar worden gesteld op een bedrag van € 966,-. Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap, in tegenwoordigheid van P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 maart
  18. (getekend) A.J. Schaap (getekend) P.J.M. Crombach HD

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.