11/5352 WUBO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak in het geding tussen Partijen: De erven van [naam betrokkene], laatst gewoond hebbende te [woonplaats] (appellanten) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder) Datum uitspraak 21 februari
- PROCESVERLOOP In verband met een wijziging van taken, zoals neergelegd in de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (Wet van 15 april 2010, Stb. 2010, 182), is in deze zaak de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank in de plaats getreden van de Raadskamer Wubo van de Pensioen en Uitkeringsraad (PUR). Waar in deze uitspraak wordt gesproken van verweerder wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan de voormalige Raadskamer WUBO van de PUR. Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 24 augustus 2011, kenmerk BZ01247820 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940 1945 (Wubo). Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari
- Voor appellanten is verschenen [gemachtigde]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel. OVERWEGINGEN
- Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. 1.
- Appellanten zijn de erfgenamen van [naam betrokkene] (betrokkene), geboren in 1940 in het toenmalig Nederlands-Indië. Betrokkene is in 1976 erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940 1945 (Wuv). Een uitkering is hem toen geweigerd. 1.
- In december 2006 heeft betrokkene een aanvraag ingediend om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo en om toekenningen op grond van de Wubo of de Wuv, al naar gelang het gunstigste is. Bij besluit van 15 augustus 2007 is erkend dat betrokkene is getroffen door oorlogsgeweld in de zin van de Wubo. Hem zijn met ingang van 1 december 2006 een toeslag, een garantie-uitkering, een vergoeding van huishoudelijke hulp en een tegemoetkoming in de kosten van deelname aan het maatschappelijk verkeer toegekend. 1.
- Betrokkene is [in] 2008 overleden. Verweerder heeft hiervan bericht ontvangen uit de gemeentelijke basisadministratie (GBA). 1.
- Bij besluit van 20 september 2010 heeft verweerder de weduwe van betrokkene meegedeeld dat de betalingen niet op tijd konden worden stopgezet en dat per saldo € 6.323,29 onverschuldigd is betaald. Dit bedrag is van haar teruggevorderd. Appellanten hebben hiertegen bezwaar gemaakt. 1.
- Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard en bepaald dat het te veel betaalde bedrag niet wordt teruggevorderd.
- Naar aanleiding van hetgeen in beroep is aangevoerd, overweegt de Raad als volgt. 2.
- Bij het bestreden besluit heeft verweerder het besluit van 20 september 2010 ongedaan gemaakt (herroepen). Daartoe is overwogen dat verweerder zelf niet tijdig heeft gereageerd op het overlijdensbericht van de GBA. Aan het bezwaar tegen het besluit van 20 september 2010 is dus geheel tegemoetgekomen. 2.
- In beroep hebben appellanten naar voren gebracht kort samengevat dat in 1976 grote fouten zijn gemaakt bij het beoordelen van de aanspraken van betrokkene. Volgens hen had het verband tussen de klachten van betrokkene en het oorlogsgeweld al in 1976 kunnen en moeten worden vastgesteld. Deze stellingen gaan echter de omvang van dit geding te buiten. Het bestreden besluit betreft uitsluitend de terugvordering van de te lang doorbetaalde uitkering en het ongedaan maken daarvan. Over dat beperkte onderwerp hebben appellanten niets naar voren gebracht dat tot vernietiging van het bestreden besluit zou kunnen leiden. 2.
- Het beroep moet dan ook ongegrond worden verklaard.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper, in tegenwoordigheid van V.C. Hartkamp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 februari
- (getekend) R. Kooper (getekend) V.C. Hartkamp HD