← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9128

11/5380 WIA Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 5 augustus 2011, 11/1727 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 1 mei 2013 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. M.P. Spanjer, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 maart

  1. Namens appellant is mr. Spanjer verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer. OVERWEGINGEN 1.
  2. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft het Uwv bij besluit van 20 oktober 2010 vastgesteld dat voor appellant geen recht is ontstaan op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). 1.
  3. Bij besluit van 10 februari 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 20 oktober 2010 ongegrond verklaard.
  4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank - kort samengevat - overwogen dat het medisch onderzoek naar de beperkingen van appellant niet als onjuist of onzorgvuldig kan worden aangemerkt. Appellant is gezien door de verzekeringsarts en de medische gegevens, waaronder die van GGZ inGeest, zijn bij de beoordeling betrokken. Appellant heeft geen medische stukken in geding gebracht waaruit blijkt dat de verzekeringsarts meer beperkingen had moeten aannemen. Evenmin zijn er aanknopingspunten voor het standpunt dat de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts onjuist of onzorgvuldig is. Uitgaande van de juistheid van de medische beperkingen zijn de aan de schatting ten grondslag liggende functies passend. De bezwaararbeidsdeskundige heeft overtuigend toegelicht waarom de belasting van de functies de belastbaarheid van appellant niet te boven gaat. De rechtbank heeft het beroep dan ook ongegrond verklaard.
  5. Appellant heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat zijn medische beperkingen zijn onderschat. Daarbij heeft hij verwezen naar de gronden die hij heeft ingediend in bezwaar en in beroep. Terecht heeft de rechtbank gesteld dat appellant geen nieuwe medische stukken heeft ingediend. Dat is ook niet nodig omdat het Uwv tegenstrijdige en inconsistente beslissingen heeft genomen. Appellant heeft in hoger beroep twee brieven van GGZ inGeest van 18 augustus 2011 en 7 december 2011 in geding gebracht. Hieruit valt in de visie van appellant af te leiden dat hij meer beperkingen heeft dan door het Uwv aangenomen. 4.
  6. De Raad overweegt als volgt. 4.
  7. De Raad is van oordeel dat het medisch onderzoek naar de beperkingen van appellant op juiste en zorgvuldige wijze is verricht. Appellant heeft in hoger beroep de gronden van het beroep herhaald. De rechtbank heeft deze gronden besproken in de aangevallen uitspraak. De Raad kan zich geheel vinden in deze overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. 4.
  8. De twee brieven van GGZ inGeest die in hoger beroep zijn ingebracht leiden niet tot een ander oordeel. De inhoud van deze brieven was bij het Uwv al bekend en is bij de beoordeling meegewogen. Niet gebleken is dat appellant meer of anders beperkt is dan is aangenomen door de bezwaarverzekeringsarts. 4.
  9. Uitgaande van de juistheid van de beperkingen is de Raad, evenals de rechtbank, van oordeel dat de aan de schatting ten grondslag liggende functies geschikt zijn voor appellant.
  10. Uit 4.2 tot en met 4.4 volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
  11. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en A.I. van der Kris als leden, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 mei
  12. (getekend) Ch. van Voorst (getekend) Z. Karekezi

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.