← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2013:CA0038

12/3475, 12/3476 WIA-V Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 mei 2012, 11/6095 en 11/6233 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B.] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak 8 mei

  1. PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 21 september 2012 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van de Raad van 21 september 2012 heeft appellante verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 29 maart
  2. Appellante is verschenen. Het Uwv is, met bericht, niet verschenen. OVERWEGINGEN
  3. De uitspraak van de Raad van 21 september 2012 berust hierop, dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 23 juli 2012 gestelde termijn van 28 dagen is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
  4. In het verzetschrift heeft appellante aangevoerd dat zij door foutieve inhoudingen op haar IVA-uitkering in financiële problemen is gekomen en daardoor het griffierecht niet kan betalen. Zij heeft daartoe beslissingen van het Uwv ingezonden waaruit blijkt dat een maandelijkse inhouding van € 200,-- op haar uitkering plaatsvindt en het vakantiegeld eveneens wordt ingehouden. Daarnaast heeft appellante gegevens overgelegd waaruit blijkt dat op 25 juli 2012 executoriaal derdenbeslag is gelegd. Ten gevolge van verergering van haar lichamelijke en psychische klachten was zij niet in staat het verzuim tijdig te herstellen. Appellante heeft verwezen naar een door psychiater Rubsaam uitgebracht rapport in de procedures bij deze Raad bekend onder 12/1206, 12/1208 en 12/
  5. Zij heeft verzocht om alsnog in de gelegenheid te worden gesteld voor betaling van het griffierecht.
  6. De vraag ligt voor of het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens het verzuim het verschuldigde griffierecht te voldoen. Vaststaat dat het griffierecht niet tijdig is betaald. De Raad ziet in hetgeen appellante aanvoert geen grond voor het oordeel dat het verzuim niet aan appellante kan worden tegengeworpen. Pas in verzet, en dus niet binnen de termijn waarbinnen het griffierecht moest worden voldaan, heeft appellante bij de Raad een beroep op financieel onvermogen gedaan. Evenmin heeft zij binnen die termijn bij de Raad om uitstel van betaling verzocht, ook niet toen eind juli 2012 naast de inhoudingen waarmee zij geconfronteerd werd beslag werd gelegd.
  7. Het beroep op haar gezondheidssituatie ter verontschuldiging van de overschrijding van de termijn is niet onderbouwd met medische gegevens die betrekking hebben op het tijdvak van 28 dagen na 23 juli
  8. Het door appellante genoemde rapport van psychiater Rubsaam is op 10 juni 2010 uitgebracht, zodat daaraan geen relevante gegevens kunnen worden ontleend voor de beoordeling van appellantes verzuim. Bovendien heeft appellante bij brief van 9 juli 2012 wel om uitstel gevraagd voor het indienen van gronden van het hoger beroep hetgeen zij ook voor betaling van het griffierecht had kunnen doen.
  9. Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
  10. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en C.J.W. Schoor en J.S. van der Kolk als leden, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 mei
  11. (getekend) J.W. Schuttel (getekend) K.E. Haan CVG

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.